Bestuursrecht overig

Bij besluit van 6 juni 2016 heeft de burgemeester [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de…

Zaakgegevens

Op 27 juni 2018 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
27 juni 2018
Datum publicatie
27 juni 2018
Zaaknummer
201705033/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2018:2127
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Bij besluit van 6 juni 2016 heeft de burgemeester [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning aan [locatie] te Enschede (Glanerbrug) te sluiten voor de duur van zes maanden.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2017

    ECLI:NL:RBOVE:2017:269
  2. Raad van State · 27 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:RVS:2018:2127

    Niet ontvankelijk

Uitspraak

201705033/1/A3.

Datum uitspraak: 27 juni 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

wijlen [appellant], wonend te Enschede,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 24 januari 2017 in zaak nr. 16/2444 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Enschede.

Procesverloop

Bij besluit van 6 juni 2016 heeft de burgemeester [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast de woning aan [locatie] te Enschede (Glanerbrug) te sluiten voor de duur van zes maanden.

Bij besluit van 4 oktober 2016 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 januari 2017 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting aan de orde gesteld op 8 juni 2018.

Overwegingen

1.    De Afdeling overweegt ambtshalve dat [appellant] na het instellen van het hoger beroep is overleden. Zijn belang bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep is met zijn overlijden komen te vervallen. Er zijn geen erfgenamen bekend die als rechtsopvolgers van [appellant] een belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep.

2.    Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Binnema, griffier.

w.g. Minderhoud    w.g. Binnema

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 juni 2018

589.