Bestuursrecht overig
Bij besluit van 31 augustus 2017 heeft het college aan [appellant] een watervergunning verleend.
ECLI:NL:RVS:2019:2793 · Raad van State · 21 augustus 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2019-2793
Zaakgegevens
Op 21 augustus 2019 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2019
- Datum publicatie
- 21 augustus 2019
- Zaaknummer
- 201809215/1/A1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2019:2793
Samenvatting
Bij besluit van 31 augustus 2017 heeft het college aan [appellant] een watervergunning verleend.
Procesgang
Uitspraak · 2018
ECLI:NL:RBGEL:2018:4271Raad van State · 21 augustus 2019deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2019:2793
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
201809215/1/A1.
Datum uitspraak: 21 augustus 2019
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 oktober 2018 in zaak nr. 18/2679 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Rijn en IJssel.
Procesverloop
Bij besluit van 31 augustus 2017 heeft het college aan [appellant] een watervergunning verleend.
Bij besluit van 11 april 2018 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 5 oktober 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 11 april 2018 vernietigd, het bezwaar tegen het besluit van 31 augustus 2017 niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] en het college hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 juli 2019, waar [appellant] is verschenen.
Overwegingen
1. [appellant] heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij met het hoger beroep wenst te bereiken dat de uitspraken van de Afdeling van 30 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:850 en ECLI:NL:RVS:2016:842, worden herzien. Hij heeft geen gronden aangevoerd die zich richten tegen de uitspraak van 5 oktober 2018. [appellant] heeft met het hoger beroep dan ook niet betoogd, dat en waarom de overwegingen van de aangevallen uitspraak niet juist zijn en het aangevoerde kan reeds daarom niet tot gegrondverklaring van het hoger beroep en vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden.
[appellant] heeft tevens herzieningsverzoeken ingediend met betrekking tot de uitspraken van de Afdeling van 30 maart 2016. Deze verzoeken zijn bij uitspraken van 1 maart 2019 als kennelijk ongegrond afgewezen (zaken nrs. 201809218/2/A1 en 201809220/2/A1).
2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, griffier.
w.g. Van Altena w.g. Kos
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2019
580.