Bestuursrecht overig
Bij besluit van 3 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum de aanvraag van…
Raad van State, 18 december 2024
ECLI:NL:RVS:2024:5269 · Raad van State · 18 december 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2024-5269
Zaakgegevens
Op 18 december 2024 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 december 2024
- Datum publicatie
- 18 december 2024
- Zaaknummer
- 202300696/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:5269
Samenvatting
Bij besluit van 3 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Castricum de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is woonachtig in [wooncomplex] dat deels bestaat uit (reguliere) sociale huurwoningen en deels een woonzorgcentrum voor ouderen is. [appellant] wil graag verhuizen omdat hij de woning, gezien zijn leeftijd (29 jaar ten tijde van de aanvraag), niet passend vindt voor hem. Hij ervaart veel stress van het samenwonen met ouderen en stelt dat hij gepest wordt. Dit uit zich naar eigen zeggen in klachten zoals onder meer nachtmerries, paniekaanvallen en depressieve gevoelens. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen. Het college stelt zich op het standpunt dat [appellant] niet voldoet aan de in artikel 11a van de Huisvestingsverordening gemeente Castricum 2019 genoemde criteria voor een urgentieverklaring op grond van een medische/sociale indicatie. Ook heeft het college geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 15 december 2022
ECLI:NL:RBNHO:2022:12271Raad van State · 18 december 2024deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2024:5269
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
202300696/1/A2.
Datum uitspraak: 18 december 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Castricum,
appellant,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 15 december 2022 in zaak nr. 22/256 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Castricum
Procesverloop
Bij besluit van 3 juni 2021 heeft het college de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen.
Bij besluit van 16 december 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij mondelinge uitspraak van 15 december 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht ter zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.
Overwegingen
1. [appellant] is woonachtig in [wooncomplex] dat deels bestaat uit (reguliere) sociale huurwoningen en deels een woonzorgcentrum voor ouderen is. [appellant] wil graag verhuizen omdat hij de woning, gezien zijn leeftijd (29 jaar ten tijde van de aanvraag), niet passend vindt voor hem. Hij ervaart veel stress van het samenwonen met ouderen en stelt dat hij gepest wordt. Dit uit zich naar eigen zeggen in klachten zoals onder meer nachtmerries, paniekaanvallen en depressieve gevoelens.
2. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen. Het college stelt zich op het standpunt dat [appellant] niet voldoet aan de in artikel 11a van de Huisvestingsverordening gemeente Castricum 2019 genoemde criteria voor een urgentieverklaring op grond van een medische/sociale indicatie. Ook heeft het college geen aanleiding gezien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule.
3. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 6 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daaraan nog toe dat [appellant] ook in hoger beroep zijn stellingen over zijn sociale en/of medische gesteldheid niet met objectieve gegevens heeft onderbouwd.
4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
5. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, griffier.
w.g. Van Altena
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. De Vink
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2024
154-1153