Bestuursrecht overig
Bij besluit van 21 april 2022 heeft de inspecteur van de Belastingdienst de tegemoetkoming specifieke…
Raad van State, 27 augustus 2025
ECLI:NL:RVS:2025:4099 · Raad van State · 27 augustus 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2025-4099
Zaakgegevens
Op 27 augustus 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 augustus 2025
- Datum publicatie
- 27 augustus 2025
- Zaaknummer
- 202404228/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:4099
Samenvatting
Bij besluit van 21 april 2022 heeft de inspecteur van de Belastingdienst de tegemoetkoming specifieke zorgkosten voor [appellant] over het jaar 2020 vastgesteld op € 428,00. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het besluit van 25 juli 2022 zorgvuldig tot stand is gekomen.
Uitspraak
202404228/1/A2.
Datum uitspraak: 27 augustus 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 16 mei 2024 in zaak nr. 22/4429 in het geding tussen:
[appellant]
en
de inspecteur van de Belastingdienst (hierna: de inspecteur).
Procesverloop
Bij besluit van 21 april 2022 heeft de inspecteur de tegemoetkoming specifieke zorgkosten (hierna: de tegemoetkoming) voor [appellant] over het jaar 2020 vastgesteld op € 428,00.
Bij besluit van 25 juli 2022 heeft de inspecteur het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 mei 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de Afdeling verzocht de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van schade.
De inspecteur heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 8 augustus 2025, waar [appellant], bijgestaan door mr. drs. C.M.E. Schreinemacher, advocaat te Amsterdam, en de inspecteur, vertegenwoordigd door mr. E.D. Briels en L.A.M. Veeren, zijn verschenen.
Overwegingen
1. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het besluit van 25 juli 2022 zorgvuldig tot stand is gekomen.
Hoger beroep
2. De gronden die [appellant] in hoger beroep aanvoert, zijn een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is uitvoerig gemotiveerd op die gronden ingegaan. Uit wat [appellant] in hoger beroep naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. De Afdeling kan zich vinden in de onder rechtsoverweging 10, 11 en 12 van de aangevallen uitspraak opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.
Conclusie
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Verzoek om schadevergoeding
4. [appellant] heeft de Afdeling verzocht om een schadevergoeding. Uit de bevestiging van de aangevallen uitspraak volgt dat zich geen van de in artikel 8:88, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht vermelde omstandigheden voordoet op grond waarvan de Afdeling de inspecteur tot schadevergoeding kan veroordelen. Alleen al daarom wordt het verzoek afgewezen.
Proceskosten
5. De inspecteur hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Engele, griffier.
w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Engele
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2025
1033