Bestuursrecht overig
Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen in verband met openstaande vorderingen een…
Raad van State, 5 september 2025
ECLI:NL:RVS:2025:4375 · Raad van State · 5 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2025-4375
Zaakgegevens
Op 5 september 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 september 2025
- Datum publicatie
- 15 september 2025
- Zaaknummer
- 202500427/1/A2.
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2025:4375
Samenvatting
Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen in verband met openstaande vorderingen een betalingsregeling vastgesteld. Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 11 december 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:21764Raad van State · 5 september 2025deze uitspraak
ECLI:NL:RVS:2025:4375
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
202500427/1/A2.
Datum uitspraak: 5 september 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Leiderdorp,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 december 2024 in zaak nr. 23/8131 in het geding tussen:
[appellant]
en
de Dienst Toeslagen (voorheen: de Belastingdienst/Toeslagen).
Openbare zitting gehouden op 5 september 2025 om 10:15 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. R.J.R. Hazen
jurist: mr. J.R. van Asselt
Verschenen:
[appellant];
de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden].
====================================
Bij besluit van 13 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen in verband met openstaande vorderingen een betalingsregeling vastgesteld. Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 19 oktober 2023 ongegrond is verklaard.
Beslissing:
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
1. [appellant] heeft de Dienst Toeslagen verzocht om uitstel van betaling van vorderingen kinderopvangtoeslag over de jaren 2019 tot en met 2022.
2. Met het besluit van 13 juli 2023 heeft de Dienst Toeslagen een betalingsregeling vastgesteld, waarbij [appellant] € 544,00 per maand op deze vorderingen aflost en het totale bedrag in een periode van 24 maanden wordt betaald. In geschil is of, zoals [appellant] betoogt, de Dienst Toeslagen het bedrag van de maandelijkse termijnen te hoog heeft vastgesteld.
3. De gronden die [appellant] in hoger beroep aanvoert, zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 4 tot en met 7 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling heeft geen concrete aanknopingspunten voor de conclusie dat dat oordeel niet juist is. Op de zitting is hierop doorgevraagd, maar [appellant] heeft ook toen niet concreet gemaakt wat er in de berekening van de betalingscapaciteit niet goed is, terwijl het wel op zijn weg ligt om dat te doen. Hij heeft volstaan met de stelling dat hij de vorderingen niet kan betalen. Op verzoeken om gegevens van de Dienst Toeslagen heeft hij niet gereageerd. [appellant] heeft dus zijn stellingen niet met objectieve gegevens onderbouwd.
4. Het hoger beroep is ongegrond.
5. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Willems
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Hazen
griffier
452-1175