Bestuursrecht overig

Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de…

Raad van State, 27 november 2025

Zaakgegevens

Op 27 november 2025 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27 november 2025
Datum publicatie
26 november 2025
Zaaknummer
202501530/1/V3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5724
E-mail

Samenvatting

Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

Uitspraak

202501530/1/V3.

Datum uitspraak: 27 november 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het verzoek van:

[verzoekster]

verzoekster,

om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep

(artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)). 

Procesverloop

Verzoekster, vertegenwoordigd door mr. J.E. Jalandoni, advocaat in Utrecht, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 21 februari 2025 in zaak nr. NL24.23561.

Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

Overwegingen

1.       Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan haar is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

1.1.    Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat de minister haar bij besluit van 15 oktober 2025 een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen heeft verleend. Dit besluit is genomen op een aanvraag van verzoekster in een andere procedure, die losstaat van deze procedure. Van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb is daarom geen sprake.

2.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Boom, griffier.

w.g. Van Gastel

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Boom

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 november 2025

1058