Bestuursrecht overig

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering…

Raad van State, 13 januari 2026

Zaakgegevens

Op 13 januari 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13 januari 2026
Datum publicatie
23 januari 2026
Zaaknummer
202502624/1/A2
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:409
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering van € 2.500,00 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (schadefonds) toegekend. Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft een aanvraag bij de CSG ingediend om een uitkering uit het schadefonds. In de aanvraag heeft zij vermeld dat zij tussen 2011 en 2018 slachtoffer is geworden van huiselijk geweld. De CSG heeft bij het besluit van 11 april 2024 aan [appellante] een uitkering uit het schadefonds toegekend van € 2.500,00, gebaseerd op letselcategorie 2 van de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven van 1 november 2022. De Afdeling is van oordeel dat de CSG terecht niet de aaneengesloten periode van 2011 tot en met 2018 bij de beoordeling in aanmerking heeft genomen, omdat die periode na 11 april 2014 is doorbroken.

Uitspraak

202502624/1/A2.

Datum uitspraak: 13 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 maart 2025 in zaak nr. 24/6553 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG).

Openbare zitting gehouden op 13 januari 2026 om 14:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzitter

griffier: mr. H.A. Komduur

Verschenen:

[appellante], vertegenwoordigd door mr. P. van Baaren, advocaat in Rotterdam;

De CSG, vertegenwoordigd door mr. A.R. Link-van Spronsen.

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de CSG aan [appellante] een uitkering van € 2.500,00 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (schadefonds) toegekend. Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 25 maart 2025 van de rechtbank Den Haag, waarbij de rechtbank het door [appellante] tegen het besluit van 3 juni 2024 ingestelde beroep ongegrond heeft verklaard.

De CSG heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden:

[appellante] heeft een aanvraag bij de CSG ingediend om een uitkering uit het schadefonds. In de aanvraag heeft zij vermeld dat zij tussen 2011 en 2018 slachtoffer is geworden van huiselijk geweld. De CSG heeft bij het besluit van 11 april 2024 aan [appellante] een uitkering uit het schadefonds toegekend van € 2.500,00, gebaseerd op letselcategorie 2 van de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven van 1 november 2022. De Afdeling is van oordeel dat de CSG terecht niet de aaneengesloten periode van 2011 tot en met 2018 bij de beoordeling in aanmerking heeft genomen, omdat die periode na 11 april 2014 is doorbroken. Voor de twee mishandelingen waarvan [appellante] in 2016 het slachtoffer is geworden heeft de CSG beoordeeld of deze tot fysiek letsel hebben geleid, maar dit heeft zij niet kunnen vaststellen. Doordat het psychische letsel van [appellante] verscheidene oorzaken heeft, waaronder gebeurtenissen in haar gezin van herkomst en de mishandelingen van 21 september 2016 en 27 oktober 2016, kon de CSG ook niet beoordelen in welke mate de psychische klachten waarvoor [appellante] is behandeld zijn veroorzaakt door deze mishandelingen. Gelet op het voorgaande heeft de CSG geen uitkering overeenkomstig een hogere lestelcategorie dan letselcategorie 2 hoeven toekennen.

De CSG hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Daalder

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Komduur

griffier

809