Bestuursrecht overig
Bij besluit van 23 december 2024 heeft Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante]…
Raad van State, 13 juli 2026
ECLI:NL:RVS:2026:4105 · Raad van State · 13 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2026-4105
Zaakgegevens
Op 13 juli 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 juli 2026
- Datum publicatie
- 15 juli 2026
- Zaaknummer
- 202505793/1/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4105
Samenvatting
Bij besluit van 23 december 2024 heeft Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen.
Uitspraak
202505793/1/A2.
Datum uitspraak: 13 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 november 2025 in zaak nr. 25/3394 in het geding tussen:
[appellante]
en
Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG).
Openbare zitting gehouden op 13 juli 2026 om 13:45 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. C. Kouidar
Verschenen:
CSG, vertegenwoordigd door mr. A.R. Link van Spronsen;
Bij besluit van 23 december 2024 heeft de CSG de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen.
Bij besluit van 31 maart 2025 heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 4 november 2025 van de rechtbank Den Haag, waarin het beroep van [appellante] tegen het besluit van 31 maart 2025 ongegrond is verklaard.
Beslissing:
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden:
Uit wat [appellante] naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. In de politiesystemen is één mutatierapport van 2 augustus 2024 bekend. Die mutatie gaat over één mishandeling op 30 juli 2024, waarbij [appellante] bovendien heeft vermeld dat dit de eerste keer was. Verder zijn er (in hoger beroep) geen andere mutatierapporten in het politiesysteem, aangiftes of andere objectieve stukken bekend of overgelegd op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat [appellante] slachtoffer is van stelselmatig huiselijk geweld. Wat betreft het geweld van 30 juli 2024 is niet gebleken dat [appellante] ernstig lichamelijk of psychisch letsel daaraan heeft overgehouden. Er zijn geen stukken overgelegd van een bekaam en bevoegd hulpverlener waaruit blijkt dat de mishandeling heeft geleid tot nieuwe psychische klachten dan wel aanwezige psychische klachten heeft verergerd. Het vermeende seksuele misbruik door de ex-partner is pas in hoger beroep naar voren gebracht. De CSG heeft dit onderdeel niet kunnen beoordelen, omdat het niet aan de aanvraag ten grondslag is gelegd.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Kouidar
griffier
1120