Bestuursrecht overig

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 maart 2025 van de rechtbank Amsterdam. In deze…

Raad van State, 20 juli 2026

Zaakgegevens

Op 20 juli 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20 juli 2026
Datum publicatie
22 juli 2026
Zaaknummer
202502433/1/A3
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4255
E-mail

Samenvatting

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 maart 2025 van de rechtbank Amsterdam. In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de afwijzing van zijn verzoek om correctie van de justitiële documentatie ongegrond verklaard.

Uitspraak

202502433/1/A3.

Datum uitspraak: 20 juli 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 maart 2025 in zaak nr. 23/6931 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Justitie en Veiligheid.

Openbare zitting gehouden op 20 juli 2026 om 12:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. W. den Ouden, voorzitter

griffier: mr. Y. Soffner

jurist: mr. S.A. Pobuda

Verschenen:

[appellant];

De minister, vertegenwoordigd door M.T.R de Kroon en mr. S.F.A. Vrede.

====================================

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 maart 2025 van de rechtbank Amsterdam. In deze uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen de afwijzing van zijn verzoek om correctie van de justitiële documentatie ongegrond verklaard.

Beslissing:

De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Gronden:

•       De minister kan alleen justitiële gegevens veranderen wanneer deze feitelijk onjuist zijn. Dat volgt uit artikel 3, eerste lid van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

•       De justitiële gegevens kunnen naar aanleiding van een correctieverzoek niet inhoudelijk opnieuw worden beoordeeld. De minister moet alleen controleren of de gegevens overeenkomen met de door het Openbaar Ministerie opgegeven gegevens. Dit heeft de minister gedaan.

•       Het hoger beroep is ongegrond. De minister hoeft de proceskosten niet te vergoeden.

w.g. Den Ouden

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Soffner

griffier

818-1166