Bestuursrecht overig
Bij uitspraak van 8 mei 2020, in zaak nr. 201909023/2/A3, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak na…
ECLI:NL:RVS:2020:3161 · Raad van State · 11 november 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-rvs-2020-3161
Zaakgegevens
Op 11 november 2020 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 november 2020
- Datum publicatie
- 9 september 2026
- Zaaknummer
- 201909023/3/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2020:3161
Samenvatting
Bij uitspraak van 8 mei 2020, in zaak nr. 201909023/2/A3, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak na vereenvoudigde behandeling de door [opposant] aangevallen uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 november 2019 bevestigd. In de uitspraak waarvan verzet heeft de Afdeling het hoger beroep van [opposant] ongegrond verklaard. Daartoe heeft de Afdeling overwogen dat de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens misbruik van recht door [opposant], zodat de rechtbank terecht niet is toegekomen aan de procedurele en inhoudelijke beroepsgronden.
Uitspraak
201909023/3/A3.
Datum uitspraak: 11 november 2020
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzet (artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) van:
[opposant], wonend te [woonplaats],
opposant,
tegen de uitspraak van de Afdeling van 8 mei 2020 in zaak nr. 201909023/2/A3.
Procesverloop
Bij uitspraak van 8 mei 2020, in zaak nr. 201909023/2/A3, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling de door [opposant] aangevallen uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 november 2019 bevestigd. De uitspraak van de Afdeling is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [opposant] verzet gedaan.
[opposant] heeft een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft het verzet ter zitting behandeld op 28 oktober 2020, waar [opposant] telefonisch is gehoord.
Overwegingen
1. Verzet als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb betreft uitsluitend de vraag of de Afdeling ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van - in dit geval - het hoger beroep van [opposant] tegen de uitspraak van de rechtbank van 4 november 2019. Dit betekent dat de beoordeling van de Afdeling in deze verzetprocedure beperkt is tot de vraag of terecht uitspraak is gedaan zonder [opposant] op zitting te horen. Indien in verzet argumenten naar voren worden gebracht, die in geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, dient te worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat omtrent de uitkomst. Zo ja, dan dient de verzetrechter het verzet gegrond te verklaren opdat nader onderzoek kan plaatsvinden.
2. In de uitspraak waarvan verzet heeft de Afdeling het hoger beroep van [opposant] ongegrond verklaard. Daartoe heeft de Afdeling overwogen dat de rechtbank het beroep terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens misbruik van recht door [opposant], zodat de rechtbank terecht niet is toegekomen aan de procedurele en inhoudelijke beroepsgronden.
3. In zijn verzetschrift betoogt [opposant] dat Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek (hierna: ISD Bollenstreek) op zijn verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) een positief besluit heeft genomen, maar ten onrechte de gevraagde informatie niet heeft verstrekt. Daarnaast blijkt uit een aantal recente uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en de rechtbank in procedures tussen hem en ISD Bollenstreek dat hij geen misbruik van recht heeft gemaakt, aldus [opposant].
4. Het betoog biedt geen grond voor het oordeel dat de Afdeling het hoger beroep ten onrechte kennelijk ongegrond heeft verklaard, en dus ten onrechte zonder behandeling ter zitting heeft afgedaan. Dat ISD Bollenstreek volgens [opposant] niet adequaat op zijn Wob-verzoek heeft gereageerd en hij naar zijn mening terecht in bezwaar en beroep is gegaan, biedt, de feiten en omstandigheden in aanmerking genomen op grond waarvan de Afdeling heeft geoordeeld dat de rechtbank terecht misbruik van recht door [opposant] heeft vastgesteld en waartegen [opposant] niet is opgekomen, geen grondslag voor het oordeel dat hij geen misbruik van recht heeft gemaakt. Dat de Centrale Raad van Beroep en de rechtbank in een aantal recente uitspraken hebben geoordeeld dat [opposant] geen misbruik van recht heeft gemaakt, doet evenmin af aan het oordeel van de Afdeling, omdat de rechter per zaak moet beoordelen of sprake is van misbruik van recht en de uitspraken waar [opposant] naar verwijst niet over de Wob gaan.
5. Het verzet is ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzet ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. de Vries, griffier.
Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
Uitgesproken in het openbaar op 11 november 2020
582-960.