Bestuursrecht overig
Bij besluit van 13 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied" vastgesteld.
Raad van State, 17 april 2012
ECLI:NL:RVS:2012:BW3827 · Raad van State · 17 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening-bodemzaak/ecli-nl-rvs-2012-bw3827
Zaakgegevens
Op 17 april 2012 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201112365/3/R3 en 201112365/2/R3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaakVoorlopige voorziening en bodemzaak (kortsluiting)De voorzieningenrechter beslist niet alleen over een tijdelijke maatregel, maar meteen ook definitief over de zaak zelf.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BW3827
Samenvatting
Bij besluit van 13 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied" vastgesteld.
Uitspraak
201112365/3/R3 en 201112365/2/R3.
Datum uitspraak: 17 april 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen onder meer:
[appellant], wonend te Amstelveen,
en
de raad van de gemeente Cranendonck,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 september 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Herziening Buitengebied" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft onder meer [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 7 december 2011, beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft [appellant] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 februari 2012, waar [appellant], bijgestaan door mr. J.H. Warnaars, is verschenen.
Partijen hebben toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
2. Overwegingen
2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.
2.2. Het plan voorziet in een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied".
2.3. [appellant] richt zich tegen het plan voor zover zijn recreatiewoning op het perceel [locatie] te Soerendonk niet als zodanig is bestemd.
2.3.1. Het plan betreft een herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied", waarbij dat plan op een aantal algemene punten is aangepast. Gelijktijdig met deze herziening is het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied" (hierna: het reparatieplan) vastgesteld, waarbij ten aanzien van een aantal specifieke plandelen een regeling is getroffen. Voor [appellant] heeft het voorliggende plan enkel tot gevolg dat mede voor zijn perceel een regeling voor schuilgelegenheden is opgenomen. Ter zitting is komen vast te staan dat [appellant] hiertegen geen bezwaren heeft en dat het plan ook overigens geen nadeel toebrengt aan zijn rechtspositie. Het perceel van [appellant] is opgenomen in het reparatieplan en heeft daarin een op dat perceel toegesneden planologische regeling gekregen. Tegen dit reparatieplan heeft [appellant] beroep ingesteld. Gelet hierop ziet de voorzitter aanleiding voor het oordeel dat [appellant] geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep tegen het voorliggende plan.
2.4. Het beroep van [appellant] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.
w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Matulewicz
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 april 2012
45-605.