Bestuursrecht overig

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoekster bij brief van 23 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen…

Raad van State, 15 juli 2004

Zaakgegevens

Op 15 juli 2004 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15 juli 2004
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
200402537/2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AQ3711
E-mail

Samenvatting

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoekster bij brief van 23 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen op 24 maart 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 23 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen op 24 maart 2004, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Uitspraak

200402537/2.

Datum uitspraak: 15 juli 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 10 juli 2003 heeft de gemeenteraad van Breda het bestemmingsplan "Spoorbuurt" vastgesteld.

Bij besluit van 10 februari 2004, nummer 930948, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoekster bij brief van 23 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen op 24 maart 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 23 maart 2004, bij de Raad van State ingekomen op 24 maart 2004, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 juli 2004, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. E.M. Vos, advocaat te Nijmegen,

en de gemeenteraad van Breda, vertegenwoordigd door A.J.J. Neele, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek strekt er toe dat de verdiepingen van het pand op het perceel Willemstraat 8 als kantoor mogen worden gebruikt, terwijl het bestemmingsplan niet in die mogelijkheid voorziet. Verzoekster is niet gebaat bij schorsing van het bestreden besluit, waarbij het bestemmingsplan is goedgekeurd, aangezien daarmee het door verzoekster gewenste gebruik niet mogelijk wordt. Een voorlopige voorziening die dat mogelijk maakt is te verstrekkend, aangezien het scheppen van die mogelijkheid niet met een uitspraak van de Afdeling kan worden bewerkstelligd. Die uitspraak zou kunnen strekken tot onthouding van goedkeuring aan het desbetreffende plandeel, doch daarmee zou het gewenste gebruik nog niet mogelijk zijn.

2.3. Het verzoek dient te worden afgewezen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. E. de Groot, ambtenaar van Staat.

w.g. Bartel w.g. De Groot

Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 15 juli 2004.

210.