Bestuursrecht overig

Bij besluit van 5 oktober 2004 heeft verweerder naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 9 juni…

Raad van State, 29 december 2004

Zaakgegevens

Op 29 december 2004 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29 december 2004
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
200409462/2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2004:AR8725
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 5 oktober 2004 heeft verweerder naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 9 juni 2004 inzake no. 200302143/1 een aantal voorschriften, verbonden aan de bij besluit van 11 maart 2003 krachtens de Wet milieubeheer verleende revisievergunning voor een bedrijf voor machinale houtbewerking gelegen op het perceel [locatie] te [plaats] (Noord-Holland), gewijzigd.

Uitspraak

200409462/2.

Datum uitspraak: 29 december 2004

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Laren,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 5 oktober 2004 heeft verweerder naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 9 juni 2004 inzake no. 200302143/1 een aantal voorschriften, verbonden aan de bij besluit van 11 maart 2003 krachtens de Wet milieubeheer verleende revisievergunning voor een bedrijf voor machinale houtbewerking gelegen op het perceel [locatie] te [plaats] (Noord-Holland), gewijzigd.

Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 19 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op 22 november 2004, beroep ingesteld.

Bij brief van 19 november 2004, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 december 2004, waar verzoeker, in persoon en bijgestaan door mr. P.J.G. Poels, advocaat te Nijmegen, en [gemachtigde], is verschenen.

2.    Overwegingen

2.1.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2.    Bij het bestreden besluit heeft verweerder onder meer de voorschriften 3.1.1, 3.1.2, 3.1.3, 3.1.8, 3.1.9, 4.1.4 en 10.8 gewijzigd. Deze voorschriften hebben betrekking op geluid, afvalstoffen en verfspuitwerkzaamheden.

2.3.    Verzoeker is van mening dat verweerder met name de geluidvoorschriften 3.1.2 en 3.1.3 niet heeft kunnen stellen, omdat de voorschriften naar zijn mening niet naleefbaar zijn.

2.3.1.    Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening worden getroffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

   Verweerder heeft bij brief van 15 december 2004, kenmerk B-ROM 5754, aan de Afdeling te kennen gegeven niet ter zitting te zullen verschijnen en evenmin handhavend te zullen optreden ten aanzien van de bij besluit van 5 oktober 2004 gestelde voorschriften alvorens door de Afdeling op het beroep van verzoeker is beslist.

   De Voorzitter is daarom van oordeel dat onvoldoende spoedeisend belang aanwezig is om het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening voor inwilliging in aanmerking te laten komen.

2.4.    De Voorzitter zal het verzoek om voorlopige voorziening dan ook afwijzen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.T. Heijstek-van Leussen, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt    w.g. Heijstek-van Leussen

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 december 2004

353.