Bestuursrecht overig

Bij besluit van 15 maart 2005, kenmerk 410511, heeft verweerder aan de [vergunninghoudster] een vergunning…

Raad van State, 10 augustus 2005

Zaakgegevens

Op 10 augustus 2005 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10 augustus 2005
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
200504337/2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AU1096
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 15 maart 2005, kenmerk 410511, heeft verweerder aan de [vergunninghoudster] een vergunning, als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid en onder a en c, van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een dierenpension voor honden en katten op het perceel [locatie] te Berkel en Rodenrijs. Dit besluit is op 7 april 2005 ter inzage gelegd.

Uitspraak

200504337/2.

Datum uitspraak: 10 augustus 2005

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Berkel en Rodenrijs,

en

het college van burgemeester en wethouders van Berkel en Rodenrijs,

verweerder.

1.    Procesverloop

Bij besluit van 15 maart 2005, kenmerk 410511, heeft verweerder aan de [vergunninghoudster] een vergunning, als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid en onder a en c, van de Wet milieubeheer verleend voor het oprichten en in werking hebben van een dierenpension voor honden en katten op het perceel [locatie] te Berkel en Rodenrijs. Dit besluit is op 7 april 2005 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit heeft onder meer verzoeker bij brief van 18 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld. Bij brief van 18 mei 2005, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 juli 2005, waar verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M. van Geilswijk, advocaat te Breda, en ir. J.R. Brouwer, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. M. in 't Veld, ing. G. Put en ing. V.C. 't Hart, allen werkzaam bij de DCMR Milieudienst Rijnmond, zijn verschenen. Voorts is vergunninghoudster, vertegenwoordigd door [gemachtigden], daar gehoord.

2.    Overwegingen

2.1.    Op 1 juli 2005 zijn de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (wet van 24 juni 2002, Stb. 54) en de Aanpassingswet uniforme voorbereidingsprocedure Awb (wet van 26 mei 2005, Stb. 282) in werking getreden. Uit het daarbij behorende overgangsrecht volgt dat het recht, zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van deze wetten, op dit geding van toepassing blijft.

2.2.    Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.3.    Met het verzoek beoogt verzoeker dat van de bij het bestreden besluit verleende vergunning geen gebruik zal worden gemaakt, totdat door de Afdeling op de tegen het bestreden besluit ingediende beroepschriften is beslist. Aangezien echter ter zitting door vergunninghoudster is toegezegd dat van deze vergunning tot die tijd geen gebruik zal worden gemaakt, is met het verzoek geen spoedeisend belang meer gemoeid, dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt.

2.4.    Het verzoek dient als ongegrond te worden afgewezen.

2.5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.    Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.J. Bossmann, ambtenaar van Staat.

w.g. Boll    w.g. Bossmann

Voorzitter    ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2005

314.