Bestuursrecht overig
Bij besluit van 18 maart 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland (hierna: het college)…
Raad van State, 25 juli 2008
ECLI:NL:RVS:2008:BD8889 · Raad van State · 25 juli 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2008-bd8889
Zaakgegevens
Op 25 juli 2008 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 juli 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200802832/2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2008:BD8889
Samenvatting
Bij besluit van 18 maart 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Tholen (hierna: de raad) bij besluit van 20 september 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Kom Oud-Vossemeer".
Uitspraak
200802832/2.
Datum uitspraak: 25 juli 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Zeeland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 18 maart 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Tholen (hierna: de raad) bij besluit van 20 september 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Kom Oud-Vossemeer".
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 april 2008, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brieven, bij de Raad van State ingekomen op 28 april 2008 en 11 juli 2008.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 april 2008, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 juli 2008, waar [verzoeker] is verschenen. Voorts is daar gehoord de raad, vertegenwoordigd door drs. ing. G.H. Kooiker, ambtenaar in dienst van de gemeente.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet, voor zover thans van belang, in de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Klaverveld (hierna: het bedrijventerrein) met ongeveer 1 ha en in een wijzigingsbevoegdheid die een verdere uitbreiding met 1,2 ha mogelijk maakt.
2.3. [verzoeker] stelt dat de bestaande ontsluiting van het bedrijventerrein via de Molenweg en Onder de Molen naar de Oud-Vossemeersedijk thans reeds verkeersonveilig is. De uitbreiding van het bedrijventerrein zal leiden tot een toename van de verkeersintensiteit op bovengenoemde wegen hetgeen volgens [verzoeker] een onaanvaardbare toename van de verkeersrisico's met zich brengt. Hij pleit dan ook voor een directe verbinding tussen het bedrijventerrein en de Oud-Vossemeersedijk. Hiervoor is een strook grond benodigd van 50 meter langs de Oud-Vossemeersedijk tussen de Gankelweg en het bestaande bedrijventerrein. Deze strook grond maakt deel uit van de gronden waar de uitbreiding van het bedrijventerrein is voorzien. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het het gemeentebestuur wordt verboden deze strook grond uit te geven aan derden voor de uitbreiding van het bedrijventerrein totdat de bodemprocedure is afgerond.
2.4. De voorzitter overweegt als volgt. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van de raad toegezegd dat bovengenoemde strook grond niet zal worden uitgegeven aan derden alvorens de Afdeling uitspraak in de hoofdzaak zal hebben gedaan. Gelet hierop bestaat thans geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening en dient het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening te worden afgewezen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. K.M. Gerkema, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Buuren w.g. Gerkema
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2008
472.