Bestuursrecht overig
Bij afzonderlijke besluiten van 25 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maarssen…
Raad van State, 2 oktober 2008
ECLI:NL:RVS:2008:BF7206 · Raad van State · 2 oktober 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2008-bf7206
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2008 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200805092/2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2008:BF7206
Samenvatting
Bij afzonderlijke besluiten van 25 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maarssen (hierna: het college) [verzoekers] onder oplegging van dwangsommen gelast unit 51 op het perceel [locatie] te [plaats] vóór 1 augustus 2007 geheel te (laten) ontruimen en ontruimd te houden van kantoor- en bedrijfsactiviteiten.
Uitspraak
200805092/2.
Datum uitspraak: 2 oktober 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoekers], gevestigd te [plaats],
tegen de uitspraak in zaak nr. 07/3644 van de rechtbank Utrecht van 13 mei 2008 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van Maarssen.
1. Procesverloop
Bij afzonderlijke besluiten van 25 juni 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maarssen (hierna: het college) [verzoekers] onder oplegging van dwangsommen gelast unit 51 op het perceel [locatie] te [plaats] vóór 1 augustus 2007 geheel te (laten) ontruimen en ontruimd te houden van kantoor- en bedrijfsactiviteiten.
Bij besluit van 23 oktober 2007 heeft het college het door verzoekers tegen deze besluiten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 13 mei 2008, verzonden op 21 mei 2008, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het door verzoekers daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 juni 2008, hoger beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 juli 2008, hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 september 2008, waar verzoekers, vertegenwoordigd door ir. R. Westenberg, gemachtigde, vergezeld van M.H. van Ieperenburg en T.J.L.G. van den Heuvel zijn verschenen. Het college heeft zich doen vertegenwoordigen door C.C. Munneke en mr. D. Goris, ambtenaren van de gemeente Maarssen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, gelezen in samenhang met artikel 39, eerste lid, van de Wet op de Raad van State, voor zover thans van belang, kan de voorzitter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.3. Het college heeft bij besluit van 13 november 2007, onder wijziging van zijn besluit van 23 oktober 2007 en herroeping in zoverre van zijn besluiten van 25 juni 2007, de begunstigingstermijnen verlengd tot zes weken na verzending van eerstgenoemd besluit. Bij besluit van 27 december 2007 heeft het college de begunstigingstermijnen verlengd totdat op het beroep is beslist. Bij brief van 7 juli 2008 heeft het college de voorzitter bericht dat de termijn waarin nog dwangsommen worden verbeurd wordt opgeschort totdat op het verzoek is beslist. Ter zitting is namens het college gesteld dat het deze termijn verder opschort totdat op het hoger beroep is beslist. Dit in aanmerking nemende bestaat geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Die spoedeisendheid bestaat ook niet ten aanzien van reeds verbeurde dwangsommen. Het verzoek moet derhalve worden afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Willems, ambtenaar van Staat.
De voorzitter is verhinderd w.g. Willems
de uitspraak te ondertekenen. ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2008
412.