Bestuursrecht overig
Bij besluit van 22 april 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het…
Raad van State, 7 oktober 2008
ECLI:NL:RVS:2008:BF8944 · Raad van State · 7 oktober 2008
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2008-bf8944
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2008 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2008
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200804939/2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2008:BF8944
Samenvatting
Bij besluit van 22 april 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Lansingerland (hierna: de raad) bij besluit van 26 april 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Vrijstellingsmogelijkheid ten behoeve van het plaatsen van vlaggenmasten op het grondgebied van de voormalige gemeente Bleiswijk".
Uitspraak
200804939/2.
Datum uitspraak: 7 oktober 2008
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
[verzoekster], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 22 april 2008 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Lansingerland (hierna: de raad) bij besluit van 26 april 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Vrijstellingsmogelijkheid ten behoeve van het plaatsen van vlaggenmasten op het grondgebied van de voormalige gemeente Bleiswijk".
Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 juni 2008, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State eveneens ingekomen op 30 juni 2008, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 september 2008, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. J.M.S. Salomons, en het college, vertegenwoordigd door drs. K.P. Spannenburg, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen.
Verder zijn [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. F.J.J. van West de Veer, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet in de aanvulling van de bestemmingsplannen van de voormalige gemeente Bleiswijk met een vrijstellingsbevoegdheid voor het bouwen van vlaggenmasten, lantaarnpalen en vergelijkbare bouwwerken. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt ertoe dat alsnog goedkeuring wordt verleend aan de aanvulling van het bestemmingsplan "Buitengebied, inclusief 1e en 2e partiele herziening" met voormelde vrijstellingsbevoegdheid. [verzoekster] acht het wenselijk dat burgemeester en wethouders van Lansingerland vrijstelling kunnen verlenen voor een reeds in de tuin van haar woning geplaatste vlaggenmast.
Een voorlopige voorziening die het door [verzoekster] beoogde doel mogelijk maakt is naar het oordeel van de voorzitter in dit geval te verstrekkend. Niet is gebleken is dat burgemeester en wethouders van Lansingerland voornemens zijn om al op korte termijn voor het tijdstip waarop uitspraak in de hoofdzaak zal worden gedaan handhavend op te treden tegen de vlaggenmast in de tuin van de woning van [verzoekster]. Gelet hierop zijn niet zodanig urgente belangen in het geding dat de behandeling van het geding in de bodemprocedure in redelijkheid niet kan worden afgewacht.
2.3. Gezien het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. B.S. Jansen, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Buuren w.g. Jansen
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2008