Bestuursrecht overig
Bij besluit van 27 januari 2009 heeft de raad van de gemeente Moordrecht (hierna: de raad) het…
Raad van State, 10 juli 2009
ECLI:NL:RVS:2009:BJ2618 · Raad van State · 10 juli 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2009-bj2618
Zaakgegevens
Op 10 juli 2009 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juli 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200901824/2/R3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2009:BJ2618
Samenvatting
Bij besluit van 27 januari 2009 heeft de raad van de gemeente Moordrecht (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Aansluiting A20 Moordrecht" vastgesteld.
Uitspraak
200901824/2/R3.
Datum uitspraak: 10 juli 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jokalux Holding B.V., gevestigd te Moordrecht, en anderen,
verzoekers,
en
de raad van de gemeente Moordrecht,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 27 januari 2009 heeft de raad van de gemeente Moordrecht (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Aansluiting A20 Moordrecht" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben onder meer de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jokalux Holding B.V. en anderen (hierna: Jokalux en anderen) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 maart 2009, beroep ingesteld.
Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld hebben Jokalux en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 juni 2009, waar Jokalux en anderen, vertegenwoordigd door mr. H.E. Davelaar, advocaat te Zwolle, en de raad, vertegenwoordigd door R. van den Bosch, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting de minister van Verkeer en Waterstaat, vertegenwoordigd door A.C. Klijnhout, ambtenaar ten departemente, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet - voor zover hier van belang - in een nieuw wegdeel van de N456 en een nieuwe aansluiting op de A20, in de nabijheid van de percelen van Jokalux en anderen aan de Middelweg 27-29 en 31 te Moordrecht.
2.3. Jokalux en anderen kunnen zich niet verenigen met het plan. Zij vrezen voor een grote verkeerstoename en verkeersonveilige situaties op de Middelweg. Jokalux en anderen betogen dat de situering van de aansluiting afwijkt van het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas en het Streekplan Zuid-Holland Oost, Tweede partiële herziening, Zuidplas. Volgens hen heeft over de situering van de aansluiting ten onrechte geen overleg met omwonenden plaatsgevonden. Jokalux en anderen voeren aan dat de bestaande geluidsoverlast zal worden vergroot. Aan het akoestisch onderzoek en het luchtkwaliteitsonderzoek die ten grondslag liggen aan het plan kleven gebreken, aldus Jokalux en anderen. Zij betogen tot slot dat ten onrechte niet reeds bij de vaststelling van het plan volledige duidelijkheid is geboden over de erfontsluiting en de bereikbaarheid van hun percelen.
2.4. Ter zitting is van de zijde van de raad en de minister van Verkeer en Waterstaat toegezegd dat pas met de aanleg van het nieuwe wegdeel van de N456 en een nieuwe aansluiting op de A20 zal worden begonnen, nadat de bodemprocedure is afgerond. Gelet hierop ontbreekt de voor het treffen van een voorlopige voorziening vereiste onverwijlde spoed. Het verzoek daartoe dient derhalve te worden afgewezen.
2.5. Jokalux en anderen hebben ter zitting verzocht de raad te veroordelen in de proceskosten.
Veroordeling van het verwerend bestuursorgaan in de proceskosten van een verzoeker is in beginsel slechts mogelijk, indien de voorzitter een gehele of gedeeltelijke toewijzing van het verzoek uitspreekt.
Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, in verband waarmee een uitzondering moet worden gemaakt op dit uitgangspunt.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat derhalve geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. Nienhuis, ambtenaar van Staat.
w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Nienhuis
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2009
466.