Bestuursrecht overig
Bij besluit van 12 mei 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: het college) een…
Raad van State, 16 juli 2009
ECLI:NL:RVS:2009:BJ3393 · Raad van State · 16 juli 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2009-bj3393
Zaakgegevens
Op 16 juli 2009 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 juli 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200904049/1/M2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2009:BJ3393
Samenvatting
Bij besluit van 12 mei 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: het college) een verklaring als bedoeld in artikel 8.19, tweede lid, onder c, van de Wet milieubeheer met betrekking tot het naast het eindproduct betonwaren ook produceren van het halfproduct betonmortel door [vergunninghoudster] gegeven.
Uitspraak
200904049/1/M2.
Datum uitspraak: 16 juli 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Utrecht,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 mei 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht (hierna: het college) een verklaring als bedoeld in artikel 8.19, tweede lid, onder c, van de Wet milieubeheer met betrekking tot het naast het eindproduct betonwaren ook produceren van het halfproduct betonmortel door [vergunninghoudster] gegeven.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 3 juni 2009, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 juli 2009, zijn nadere stukken ontvangen van [verzoeker]. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 juli 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. I.V.M. Damhuis en ing. J.W. Koops, werkzaam bij de provincie, is verschenen. Tevens is [vergunninghoudster], vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het college stelt dat dat [verzoeker], gezien de afstand tussen zijn woning en de inrichting niet als belanghebbende bij het bestreden besluit kan worden aangemerkt.
2.1.1. Wanneer krachtens de Wet milieubeheer een melding voor het veranderen van een inrichting wordt geaccepteerd, zijn naast de indiener onder meer de eigenaren en bewoners van percelen waarop milieugevolgen van het conform de gemelde veranderingen in werking zijn van de inrichting kunnen worden ondervonden, belanghebbenden.
Niet in geschil is dat de woning van [verzoeker] op een afstand van ongeveer 1500 meter van de inrichting staat. Het is niet aannemelijk dat op een dergelijke afstand nog milieugevolgen ten gevolge van de inrichting kunnen worden ondervonden.
Gelet hierop zal het bezwaarschrift naar verwachting door het college niet-ontvankelijk worden verklaard. De voorzitter ziet derhalve geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
2.2. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Klap
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2009
315.