Bestuursrecht overig
Bij besluit van 14 juni 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau (hierna: het…
Raad van State, 23 december 2009
ECLI:NL:RVS:2009:BK7954 · Raad van State · 23 december 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2009-bk7954
Zaakgegevens
Op 23 december 2009 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 december 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200901918/2/H1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2009:BK7954
Samenvatting
Bij besluit van 14 juni 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau (hierna: het college) een verzoek van [appellant] en anderen om handhavend op te treden tegen het gebruik als camping Camping Ponderosa B.V. (hierna: Ponderosa) van vijf nader genoemde terreinen, gelegen nabij de Oude Bredase Baan en het hertenkamp te Ulicoten, afgewezen.
Uitspraak
200901918/2/H1.
Datum uitspraak: 23 december 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:
het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 13 februari 2009 in zaak nr. 08/2329 in het geding tussen:
[appellant] en anderen
en
het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau
1. Procesverloop
Bij besluit van 14 juni 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau (hierna: het college) een verzoek van [appellant] en anderen om handhavend op te treden tegen het gebruik als camping Camping Ponderosa B.V. (hierna: Ponderosa) van vijf nader genoemde terreinen, gelegen nabij de Oude Bredase Baan en het hertenkamp te Ulicoten, afgewezen.
Bij besluit van 9 april 2008 heeft het college het door [appellant] en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 13 februari 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Breda (hierna: de rechtbank) het door [appellant] en anderen daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 9 april 2008 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 8 september 2009, heeft het college de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting gelijktijdig met zaak nr. 200901918/1/H1 behandeld op 30 november 2009, waar het college, vertegenwoordigd door H. Marcus, en [appellant] en anderen, in persoon, zijn verschenen. Voorts is daar Ponderosa, vertegenwoordigd door mr. W. Krijger, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat het college in afwachting van de uitspraak op de door hem en door [appellant] en anderen ingestelde hoger beroepen geen gevolg hoeft te geven aan de in hoger beroep bestreden uitspraak. De voorzitter stelt vast, dat het college reeds geruime tijd voor de indiening van het verzoek gevolg had dienen te geven aan de uitspraak van de rechtbank van 13 februari 2009 en wel op grond van artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht, dat de termijn regelt waarbinnen een beslissing op bezwaar moet worden genomen en dat na vernietiging door de rechtbank van een beslissing op bezwaar evenzeer geldt. Als het college van die verplichting ontslagen had willen worden, had het derhalve in de rede gelegen dit verzoek eerder te doen. Bij uitspraak van heden in zaak nr. 200901918/1/H1 heeft de Afdeling beslist op de hoger beroepen. Het college is in verband met die uitspraak thans niet langer meer gehouden gevolg te geven aan de uitspraak van de rechtbank.
2.3. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J. Sloots, ambtenaar van Staat.
w.g. Polak w.g. Sloots
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2009
499.