Bestuursrecht overig
Bij besluit van 4 december 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (hierna: het…
Raad van State, 8 februari 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BL4113 · Raad van State · 8 februari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2010-bl4113
Zaakgegevens
Op 8 februari 2010 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 februari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200910083/1/M1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:BL4113
Samenvatting
Bij besluit van 4 december 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (hierna: het college) een verzoek van de vereniging Vereniging Afvalbedrijven (hierna: de vereniging) om toepassing van bestuurlijke handhavingmiddelen met betrekking tot een locatie aan de Kempenbaan te Tilburg afgewezen.
Uitspraak
200910083/1/M1.
Datum uitspraak: 8 februari 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de vereniging Vereniging Afvalbedrijven, gevestigd te 's-Hertogenbosch,
verzoekster,
en
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 4 december 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (hierna: het college) een verzoek van de vereniging Vereniging Afvalbedrijven (hierna: de vereniging) om toepassing van bestuurlijke handhavingmiddelen met betrekking tot een locatie aan de Kempenbaan te Tilburg afgewezen.
Tegen dit besluit heeft de vereniging Vereniging Afvalbedrijven (hierna: de vereniging) bezwaar gemaakt.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 december 2009, heeft de vereniging de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 25 januari 2010, waar de vereniging, vertegenwoordigd door mr V.M.Y. van 't Lam, advocaat te Amsterdam, en B. Kok, en het college, vertegenwoordigd door mr. drs. J.J. Jaspers, advocaat te Voort, R. Sonneveldt, P. Jansen, P. Wouters en mr. M.H. Verhees, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Bij uitspraak van heden, zaak nr. 200910086/1, heeft de voorzitter het besluit van het college van 14 oktober 2009 geschorst. Bij dit besluit heeft het college op aanvraag van de gemeente Tilburg vastgesteld dat zich op een locatie aan de Kempenbaan te Tilburg een geval van ernstige bodemverontreiniging voordoet, met onaanvaardbare risico's voor mens, plant of dier, waarbij spoedige sanering noodzakelijk is, en ingestemd met het saneringsplan. Derhalve zal niet op korte termijn begonnen worden met de saneringswerkzaamheden, zodat met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid is, dat het treffen van de verzochte voorziening rechtvaardigt.
2.2. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Boll, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van Staat.
w.g. Boll w.g. Plambeck
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2010
433.