Bestuursrecht overig
Bij besluit van 25 augustus 2009, kenmerk 2009/13364, heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg…
Raad van State, 25 februari 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BL6217 · Raad van State · 25 februari 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2010-bl6217
Zaakgegevens
Op 25 februari 2010 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 februari 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200907646/2/R3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:BL6217
Samenvatting
Bij besluit van 25 augustus 2009, kenmerk 2009/13364, heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Leudal bij besluit van 11 november 2008 vastgestelde bestemmingsplan "De Bosrand".
Uitspraak
200907646/2/R3.
Datum uitspraak: 25 februari 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Limburg,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 25 augustus 2009, kenmerk 2009/13364, heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Leudal bij besluit van 11 november 2008 vastgestelde bestemmingsplan "De Bosrand".
Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 2 oktober 2009, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 12 januari 2010, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 februari 2010.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Met het plan wordt beoogd een planologische regeling te treffen voor een woonwagenlocatie met tien standplaatsen gelegen aan de Grote Kampweg te Haelen.
2.3. [verzoekers] verzoeken schorsing van het goedkeuringsbesluit. Zij willen voorkomen dat het in werking getreden bestemmingsplan de basis blijft voor het verlenen van bouwvergunningen. Zij wijzen erop dat inmiddels een bouwvergunning voor de oprichting van een woonwagen is verleend. [verzoekers] hebben hiertegen bezwaar gemaakt.
2.4. De raad heeft gesteld dat in overleg met alle betrokkenen het besluit op het bezwaar tegen de verleende bouwvergunning niet eerder zal worden genomen dan nadat op het beroep van [verzoekers] tegen het besluit omtrent goedkeuring van het bestemmingsplan is beslist. Bovendien zal het college van burgemeester en wethouders geen andere bouwvergunningen verlenen voordat op het beroep is beslist.
2.5. Hoewel uit de verklaring van de raad blijkt dat het besluit op het bezwaarschrift tegen de verleende bouwvergunning niet zal worden genomen voordat op het beroep tegen het besluit omtrent goedkeuring van het bestemmingsplan is beslist, is op voorhand niet uit te sluiten dat andere bouwaanvragen zullen worden ingediend waarop het college van burgemeester en wethouders gelet op het bepaalde in de Woningwet voordien zal dienen te beslissen.
Onder deze omstandigheden, mede gelet op de voorgeschiedenis van deze zaak, het feit dat de woonwagenlocatie grotendeels in gebruik is en het belang van [verzoekers] dat voor de behandeling van hun beroep geen onomkeerbare situaties ontstaan, ziet de voorzitter bij afweging van de betrokken belangen aanleiding om de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
2.6. Het college van gedeputeerde staten van Limburg dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Limburg van 25 augustus 2009, kenmerk 2009/13364;
II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Limburg tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;
III. gelast dat het college van gedeputeerde staten van Limburg aan [verzoekers] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel w.g. Verbeek
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2010
388.