Bestuursrecht overig
Bij besluit van 28 mei 2009, nr. 09INT00292, heeft de raad van de gemeente Goes (hierna: de raad) het…
Raad van State, 3 maart 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BL6997 · Raad van State · 3 maart 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2010-bl6997
Zaakgegevens
Op 3 maart 2010 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 3 maart 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200905447/3/R2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:BL6997
Samenvatting
Bij besluit van 28 mei 2009, nr. 09INT00292, heeft de raad van de gemeente Goes (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Erasmuspark" vastgesteld.
Uitspraak
200905447/3/R2.
Datum uitspraak: 3 maart 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekster], wonend te Goes,
en
de raad van de gemeente Goes,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 mei 2009, nr. 09INT00292, heeft de raad van de gemeente Goes (hierna: de raad) het bestemmingsplan "Erasmuspark" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 juli 2009, beroep ingesteld. De gronden van het beroep zijn aangevuld bij brief van 24 juli 2009. Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 oktober 2009, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
[verzoekster] heeft nadere stukken ingediend.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 februari 2010, waar [verzoekster], in persoon, en de raad, vertegenwoordigd door R.D.J. Lemmens en mr. M. Koole, beiden ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is ter zitting de Regionale Ontwikkelings Maatschappij Marsaki B.V., vertegenwoordigd door M.C. van der Haven en D.A. Bommeljé, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet in de herstructurering van de Erasmusflat.
[verzoekster] is bewoonster van deze flat. De flat zal worden gesloopt en worden vervangen door een nieuw appartementencomplex (hierna: het woonzorgcentrum).
2.3. [verzoekster] kan zich niet verenigen met het plan.
Zij voert hiertoe aan dat de bewoners van de Erasmusflat onder valse voorwendselen moeten verhuizen naar het woonzorgcentrum waar bewoners van alle leeftijden zich kunnen vestigen.
Voorts werkt het woonzorgcentrum volgens [verzoekster] niet contact bevorderend, is het ongeschikt voor senioren en daarnaast onbetaalbaar voor de bewoners. Tot slot ligt het woonzorgcentrum op te korte afstand van een nabijgelegen tankstation.
2.4. De raad acht het in het plan voorziene woonzorgcentrum ter plaatse passend. Voorts acht hij de afstand van het woonzorgcentrum tot het nabijgelegen tankstation aanvaardbaar.
2.5. De voorzitter stelt voorop dat in een bestemmingsplanprocedure slechts ruimtelijk relevante beroepsgronden aan de orde kunnen komen. Voornoemde beroepsgronden hoe ernstig deze ook worden ervaren, kunnen, voor zover zij geen betrekking hebben op de afstand van het woonzorgcomplex tot het tankstation, niet als ruimtelijk relevant worden aangemerkt en daarmee niet in deze procedure aan de orde komen.
2.5.1. De voorzitter merkt op, dat op grond van de brochure "Bedrijven en milieuzonering" in beginsel een afstand van tenminste 30 meter dient te worden aangehouden tussen een tankstation en een gevoelige bestemming, maar dat van deze afstand kan worden afgeweken indien uit onderzoek blijkt dat de geluids- en geurhinder een kortere afstand rechtvaardigen. Uit de stukken blijkt, dat onderzoek is gedaan naar de te verwachten geluids- en geurhinder van het tankstation voor het voorziene woonzorgcomplex. Uit deze onderzoeken is af te leiden, dat geen geurhinder is te verwachten en dat de geluidshinder de normen niet overschrijdt indien de roldeuren van de wasboxen tijdens het gebruik van de spuitlansen gesloten zijn. Uitgaande van deze onderzoeksresultaten ziet de voorzitter op voorhand geen planologische bezwaren tegen het in het plan voorziene woonzorgcentrum. Onder deze omstandigheden verwacht de voorzitter dan ook niet dat het bestreden besluit in de bodemprocedure niet in stand zal blijven.
2.6. Gelet op het vorenstaande bestaat aanleiding het verzoek van [verzoekster] om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. P.F.W. Tuit, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel w.g. Tuit
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2010
425-605.