Bestuursrecht overig
Bij besluit van 17 november 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland besloten over de…
Raad van State, 5 maart 2010
ECLI:NL:RVS:2010:BL7016 · Raad van State · 5 maart 2010
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2010-bl7016
Zaakgegevens
Op 5 maart 2010 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 maart 2010
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200909819/2/R1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2010:BL7016
Samenvatting
Bij besluit van 17 november 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem bij besluit van 15 september 2009 vastgestelde wijzigingsplan "Wijzigingsplan ex artikel 11 WRO voor het perceel De Baan 37 in Oude Wetering (gedeeltelijk)".
Uitspraak
200909819/2/R1.
Datum uitspraak: 5 maart 2010
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
de vereniging Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, afdeling Kaag en Braassem, gevestigd te Roelofarendsveen, gemeente Kaag en Braassem,
verzoekster,
en
het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 17 november 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland besloten over de goedkeuring van het door het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem bij besluit van 15 september 2009 vastgestelde wijzigingsplan "Wijzigingsplan ex artikel 11 WRO voor het perceel De Baan 37 in Oude Wetering (gedeeltelijk)".
Tegen dit besluit heeft de vereniging Land- en Tuinbouw Organisatie Noord, afdeling Kaag en Braassem (hierna: LTO Noord) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 december 2009, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 december 2009, heeft LTO Noord de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 maart 2010, waar LTO Noord, vertegenwoordigd door ing. E.W. Lamberts, werkzaam bij LTO Advies, en het college van gedeputeerde staten, vertegenwoordigd door ing. J.A. Looij, werkzaam bij de provincie, zijn verschenen. Voorts is ter zitting het college van burgemeester en wethouders, vertegenwoordigd door mr. V. Platteeuw, werkzaam bij de gemeente, als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. LTO Noord betoogt dat ten onrechte goedkeuring is verleend aan de in het plan voorziene wijziging van de bestemming "Glastuinbouw (G)" in de bestemming "Woondoeleinden (W)" ter plaatse van het perceel De Baan 37. Zij vreest dat de bouw van een burgerwoning op dit perceel de bedrijfsvoering en de ontwikkelingsmogelijkheden van de omliggende glastuinbouwbedrijven ernstig zal beperken.
2.3. Ingevolge artikel 12, tweede lid, aanhef en onder h, van de voorschriften van het bestemmingsplan De Baan en Sotaweg mogen de hoofdgebouwen op de voor woondoeleinden bestemde gronden uitsluitend worden gebouwd binnen het op de plankaart aangegeven "bebouwingsvlak hoofd- en bijgebouwen". Nu met het voorliggende plan alleen de bestemming "Glastuinbouw (G)" is gewijzigd in de bestemming "Woondoeleinden (W)" en niet tevens de aanduiding "bebouwingsvlak hoofd- en bijgebouwen" is toegekend, voorziet het plan niet in de door LTO Noord gevreesde bouw van een burgerwoning op het perceel De Baan 37. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat voor de toekenning van het benodigde bebouwingsvlak nog een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure zal worden gevolgd. Eerst na inwerkingtreding van dat plan, waartegen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, kunnen onomkeerbare gevolgen ontstaan, zodat thans geen onverwijlde spoed aanwezig is die het treffen van een voorlopige voorziening vereist. Gelet hierop ziet de voorzitter dan ook geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening, zodat het verzoek wordt afgewezen.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. I.M. van der Heijden, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel w.g. Van der Heijden
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2010
516.