Bestuursrecht overig

Bij besluit van 16 maart 2010 heeft het college ingestemd met het deelsaneringsplan voor het geval van…

Raad van State, 6 oktober 2010

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2010 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
6 oktober 2010
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
201004073/2/M2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2010:BO0204
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 16 maart 2010 heeft het college ingestemd met het deelsaneringsplan voor het geval van bodemverontreiniging op de locatie [locatie] te [plaats].

Uitspraak

201004073/2/M2.

Datum uitspraak: 6 oktober 2010

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], wonend te [woonplaats],

verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2010 heeft het college ingestemd met het deelsaneringsplan voor het geval van bodemverontreiniging op de locatie [locatie] te [plaats].

Tegen dit besluit heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 april 2010, beroep ingesteld.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 september 2010, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 september 2010, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. P.A.L.C. Lamme, advocaat te Zoetermeer, en het college vertegenwoordigd door drs. A.M. Burger, drs. M. Münninghoff en drs. C.C. Arendz, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1.1. Bij uitspraak van heden in zaak no. 201004073/1/M2 heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve heeft [verzoekster] geen belang meer bij het treffen van een voorlopige voorziening.

2.2. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Klap

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2010

315.