Bestuursrecht overig

Bij brief van 30 augustus 2011 hebben Greenpeace en SNM bij het college bezwaar gemaakt tegen het uitblijven…

Raad van State, 2 september 2011

Zaakgegevens

Op 2 september 2011 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
2 september 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
201109486/1/R2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2011:BR6909
E-mail

Samenvatting

Bij brief van 30 augustus 2011 hebben Greenpeace en SNM bij het college bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op het ingediende handhavingsverzoek van 26 augustus 2011. Bij brief van 31 augustus 2011 heeft het college dit bezwaarschrift doorgezonden aan de Afdeling ter behandeling als beroepschrift.

Uitspraak

201109486/1/R2.

Datum uitspraak: 2 september 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:

de stichting Stichting Greenpeace Nederland en de stichting SNM, gevestigd te Amsterdam onderscheidenlijk Utrecht,

verzoekers,

en

het college van gedeputeerde staten van Groningen,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij brief van 30 augustus 2011 hebben Greenpeace en SNM bij het college bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beslissing op het ingediende handhavingsverzoek van 26 augustus 2011. Bij brief van 31 augustus 2011 heeft het college dit bezwaarschrift doorgezonden aan de Afdeling ter behandeling als beroepschrift.

Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 30 augustus 2011, hebben Greenpeace en SNM de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

2. Overwegingen

2.1. De voorzitter doet uitspraak zonder zitting.

2.2. Bij uitspraak van heden, nr. 201109486/2, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Verbeek

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2011

586.