Bestuursrecht overig
Bij besluit van 28 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Breezand" vastgesteld.
Raad van State, 13 april 2012
ECLI:NL:RVS:2012:BW3040 · Raad van State · 13 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2012-bw3040
Zaakgegevens
Op 13 april 2012 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201200954/2/R1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BW3040
Samenvatting
Bij besluit van 28 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Breezand" vastgesteld.
Uitspraak
201200954/2/R1.
Datum uitspraak: 13 april 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Breezand, thans gemeente Hollands Kroon,
en
de raad van de gemeente Anna Paulowna, thans de gemeente Hollands Kroon,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 28 november 2011 heeft de raad het bestemmingsplan "Breezand" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 januari 2012, beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft [verzoeker] tevens de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 maart 2012, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. A. Vinkenborg, en de raad, vertegenwoordigd door J.P. Bechler, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. [verzoeker] betoogt dat ten onrechte de bestemming "Wonen - Lintbebouwing" is toegekend aan het perceel [locatie] te Breezand. Hij voert aan dat de voorheen geldende detailhandels- en bedrijfsbestemming op dit perceel had moeten worden gehandhaafd. De bedrijfsvoering is weliswaar in 1997 beëindigd, maar het perceel staat sinds 2011 te koop als bedrijfsperceel. Door de wijziging van de bestemming in een woonbestemming zijn de mogelijkheden om het perceel te verkopen volgens [verzoeker] afgenomen en is het perceel in waarde gedaald. Hij stelt hierdoor schade te lijden.
Met het verzoek beoogt [verzoeker] te bewerkstelligen dat de inwerkingtreding van het plan, voor zover dat betrekking heeft op het perceel [locatie], wordt voorkomen, zodat het voorheen geldende bestemmingsplan voor dit perceel van kracht blijft en de mogelijkheden om het perceel te kunnen verkopen groter worden.
2.3. Niet is gebleken dat zich voor de aankoop van het perceel een concrete koper heeft aangediend die ter plaatse bedrijfsmatige activiteiten wenst te ontplooien. Voorts is niet aannemelijk dat zich een zodanige koper zal aandienen zolang niet is beslist op het door [verzoeker] ingestelde beroep tegen de bij het plan aan het perceel toegekende bestemming. Gelet hierop is de voorzitter van oordeel dat een spoedeisend belang tot het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt.
2.4. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter geen aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening in te willigen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, ambtenaar van staat.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Matulewicz
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 13 april 2012
45-662.