Bestuursrecht overig
Bij besluit van 21 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kleine Dorpen - Sebaldeburen, tuin…
Raad van State, 4 juni 2012
ECLI:NL:RVS:2012:BW8127 · Raad van State · 4 juni 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2012-bw8127
Zaakgegevens
Op 4 juni 2012 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 juni 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201203707/2/R4
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BW8127
Samenvatting
Bij besluit van 21 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kleine Dorpen - Sebaldeburen, tuin Provincaleweg 85" vastgesteld.
Uitspraak
201203707/2/R4.
Datum uitspraak: 4 juni 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te Sebaldeburen, gemeente Grootegast,
en
de raad van de gemeente Grootegast,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 21 februari 2012 heeft de raad het bestemmingsplan "Kleine Dorpen - Sebaldeburen, tuin Provincaleweg 85" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2012, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 11 april 2012, heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 mei 2012, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. H.A. Jeuring, advocaat te Zuidhorn, en de raad, vertegenwoordigd door drs. A. Fennema en mr. G.H. Poort-van Drempt, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet in een tuinbestemming voor een gedeelte van het perceel aan de Provincialeweg 85.
2.3. [verzoeker] betoogt dat het plan ten onrechte niet de mogelijkheid biedt de gronden binnen het plangebied te gebruiken voor opslag ten behoeve van zijn groothandelsbedrijf in vloeistofvaten. Ten einde onomkeerbare gevolgen te voorkomen verzoekt [verzoeker] om het treffen van een voorlopige voorziening.
2.4. De gronden binnen het plangebied zijn in het thans geldende bestemmingsplan "Sebaldeburen" bestemd voor een aannemersbedrijf. Het verrichten van bedrijfsactiviteiten ten behoeve van het groothandelsbedrijf is onder dit plan ter plaatse niet toegelaten. [verzoeker] is in zoverre niet gebaat bij schorsing, nu hiermee niet het door hem gewenste resultaat wordt gerealiseerd. In dat geval zou immers het bestemmingsplan "Sebaldeburen" van kracht blijven. Een voorlopige voorziening die zou voorzien in het door [verzoeker] gewenste gebruik moet te verstrekkend worden geacht.
Voor zover [verzoeker] betoogt dat hij ten onrechte in zijn gebruiksmogelijkheden wordt beperkt ten opzichte van het bestemmingsplan "Sebaldeburen", overweegt de voorzitter dat op grond van artikel 7.2 van de regels van het plan "Kleine Dorpen-Sebaldeburen, tuin Provincialeweg 85" legaal gebruik van gronden en bouwwerken dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan bestond en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Dit betekent dat het gebruik ten behoeve van het aannemersbedrijf onder het overgangsrecht is gebracht en derhalve ongewijzigd kan worden voortgezet. Inwerkingtreding van het plan betekent dan ook niet dat het college van burgemeester en wethouders handhavend kan optreden tegen bedrijfsactiviteiten ten behoeve van het aannemersbedrijf.
2.5. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzitter geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek dient te worden afgewezen.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L. Brand, ambtenaar van staat.
w.g. Van Sloten w.g. Brand
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2012
575.