Bestuursrecht overig
Bij besluit van 9 november 2011 heeft het college [verzoekers] op straffe van bestuursdwang gelast de met het…
Raad van State, 7 juni 2012
ECLI:NL:RVS:2012:BW8145 · Raad van State · 7 juni 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2012-bw8145
Zaakgegevens
Op 7 juni 2012 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 juni 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201204479/2/A1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2012:BW8145
Samenvatting
Bij besluit van 9 november 2011 heeft het college [verzoekers] op straffe van bestuursdwang gelast de met het bestemmingsplan "Kleine Kernen" strijdige situatie op het perceel [locatie] te Overschild te beëindigen.
Uitspraak
201204479/2/A1.
Datum uitspraak: 7 juni 2012
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker A] en [verzoeker B],
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 3 april 2012 in de zaken nrs. 12/248 en 12/322 in het geding tussen:
[verzoekers]
en
het college van burgemeester en wethouders van Slochteren.
1. Procesverloop
Bij besluit van 9 november 2011 heeft het college [verzoekers] op straffe van bestuursdwang gelast de met het bestemmingsplan "Kleine Kernen" strijdige situatie op het perceel [locatie] te Overschild te beëindigen.
Bij besluit van 22 februari 2012 heeft het het door [verzoekers] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 3 april 2012, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 mei 2012, hoger beroep ingesteld.
Voorts hebben zij de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 mei 2012, waar [verzoekers], bijgestaan door W.F. Olde Kalter, en het college, vertegenwoordigd door G.J. Jansen en S. van Roeden, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. In dit geval is er aanleiding om geen uitspraak in het bodemgeschil te doen, omdat zijdens verzoekers te kennen is gegeven dat de gronden van het hoger beroep nader zullen worden aangevuld en de termijn om dat te doen nog niet is verstreken.
2.2. Het verzoek strekt er toe de besluiten van 9 november 2011 en 22 februari 2012 bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.
2.3. Besluiten zijn in het algemeen uitvoerbaar, ook als daartegen een rechtsmiddel is aangewend. Dit geldt temeer, indien, zoals in dit geval, de rechter in eerste aanleg het daartegen ingestelde beroep ongegrond heeft geoordeeld. Hetgeen [verzoekers] naar voren hebben gebracht, biedt geen aanleiding om op voorhand aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans zal blijken dat de last niet mocht worden opgelegd.
2.4. Het verzoek zal worden afgewezen.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, ambtenaar van staat.
w.g. Loeb w.g. Kos
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 7 juni 2012
580.