Bestuursrecht overig

Bij besluit van 28 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Zegheweg" vastgesteld.

Raad van State, 26 juli 2013

Zaakgegevens

Op 26 juli 2013 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
26 juli 2013
Datum publicatie
31 juli 2013
Zaaknummer
201305220/2/R2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:603
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 28 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Zegheweg" vastgesteld.

Uitspraak

201305220/2/R2.

Datum uitspraak: 26 juli 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker A] en [verzoeker B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), beiden wonend te Woudenberg,

en

de raad van de gemeente Woudenberg,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Zegheweg" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. [verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 16 juli 2013, waar [verzoeker] en de raad, vertegenwoordigd door I.K. Kuperus en M. Valé, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet onder meer in de bouw van woningen op een afstand van ten minste 16 m van het perceel [locatie].

3. [verzoeker] kan zich niet verenigen met het plan. Teneinde onomkeerbare gevolgen te voorkomen voor zijn bedrijfsactiviteiten op het perceel [locatie] heeft hij verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

4. De raad heeft ter zitting toegelicht dat de gronden waarop de woningen zijn voorzien in eigendom zijn van de gemeente. Ter zitting heeft de raad toegezegd dat deze gronden niet zullen worden verkocht en evenmin tot uitvoering van het bestemmingsplan zal worden overgegaan voordat uitspraak is gedaan in de bodemzaak. De voorzitter ziet geen aanleiding om aan de mededelingen van de raad te twijfelen. Gelet hierop kan er van worden uitgegaan dat geen feitelijke werkzaamheden op voormelde gronden zullen worden verricht en geen aanvragen om een omgevingsvergunning zijn te verwachten voordat uitspraak is gedaan in de bodemzaak. Derhalve is de voorzitter van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

5. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding het verzoek af te wijzen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, ambtenaar van staat.

w.g. Van Sloten w.g. Zwemstra

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2013

91-749.