Bestuursrecht overig

Bij besluit van 5 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Medevoort Zuid" vastgesteld.

Raad van State, 29 juli 2013

Zaakgegevens

Op 29 juli 2013 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
29 juli 2013
Datum publicatie
7 augustus 2013
Zaaknummer
201304365/2/R3
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2013:683
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 5 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Medevoort Zuid" vastgesteld.

Uitspraak

201304365/2/R3.

Datum uitspraak: 29 juli 2013

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoekers], beiden wonend te Helmond (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]),

en

de raad van de gemeente Helmond,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 5 maart 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Medevoort Zuid" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft [verzoeker] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 juli 2013, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. P. Helmus, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet in een planologische-juridische regeling voor het realiseren van een deel van de fietsroute Helmond-Eindhoven ten noorden van het spoor.

3. [verzoeker] richt zich tegen de vaststelling van het plan voor zover een fietspad mogelijk wordt gemaakt. Hij beoogt met zijn verzoek te voorkomen dat met de aanleg van het fietspad aangevangen kan worden.

3.1. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat het voor de realisering van het fietspad nodig is gronden in eigendom te verwerven. Pas na de verwerving van alle hiertoe benodigde percelen zal kunnen worden overgegaan tot de aanleg van het in het plan voorziene fietspad. Verder heeft de raad ter zitting uitdrukkelijk toegezegd dat niet met de uitvoering van het plan zal worden aangevangen voordat door de Afdeling uitspraak is gedaan in de bodemprocedure.

3.2. Gelet op het vorenstaande is met het verzoek geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Mathot, ambtenaar van staat.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Mathot

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2013

413-661.