Bestuursrecht overig

Bij besluit van 23 januari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Spaanse Polder" vastgesteld.

Raad van State, 21 juli 2014

Zaakgegevens

Op 21 juli 2014 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
21 juli 2014
Datum publicatie
30 juli 2014
Zaaknummer
201403134/2/R4
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:2905
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 23 januari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Spaanse Polder" vastgesteld.

Uitspraak

201403134/2/R4.

Datum uitspraak: 21 juli 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te Rotterdam,

en

de raad van de gemeente Rotterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 januari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Spaanse Polder" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.

[verzoeker] en anderen hebben de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 juli 2014, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door mr. E. van Lunteren en A.C.M.M. Jonker, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het bestemmingsplan voorziet in een actueel planologisch-juridisch kader voor het bedrijventerrein Spaanse Polder.

3. [verzoeker] en anderen vrezen dat het gebruiksverbod dat in artikel 11, derde lid, van de planregels is opgenomen onomkeerbare gevolgen zal hebben. Ingevolge dit artikel zijn ligplaatsen voor woonschepen niet toegestaan binnen de bestemming "Water". [verzoeker] en anderen wonen op woonschepen in de Lingehaven en de Pelserthaven. Zij vrezen voor handhaving, terwijl volgens hen niet vaststaat dat sprake zal zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Volgens hen zijn andere woningen wel als zodanig bestemd. Bovendien zijn geen vervangende ligplaatsen gerealiseerd.

3.1. De voorzitter overweegt dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat het gebruik van de gronden als ligplaats voor woonschepen op grond van het overgangsrecht mag worden voortgezet. Gelet hierop ontbreekt het spoedeisend belang voor het vaststellen van een voorlopige voorziening.

4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A. Bijleveld, ambtenaar van staat.

w.g. Hagen w.g. Bijleveld

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 21 juli 2014

433.