Bestuursrecht overig

Bij besluit van 21 mei 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Oude Kern Thorn" vastgesteld.

Raad van State, 29 september 2014

Zaakgegevens

Op 29 september 2014 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
29 september 2014
Datum publicatie
8 oktober 2014
Zaaknummer
201406665/2/R1
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2014:3661
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 21 mei 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Oude Kern Thorn" vastgesteld.

Uitspraak

201406665/2/R1.

Datum uitspraak: 29 september 2014

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Thorn, gemeente Maasgouw,

en

de raad van de gemeente Maasgouw,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Oude Kern Thorn" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 23 september 2014, waar de raad, vertegenwoordigd door N.J. Brouwers, werkzaam bij de gemeente, is verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet in een actueel juridisch planologisch kader voor de kern Thorn in de gemeente Maasgouw.

3. [verzoeker] woont naast het perceel [locatie]. Hij richt zich tegen de toekenning van de functieaanduiding "kamerverhuur" aan dit perceel. [verzoeker] acht toekenning van de functieaanduiding niet nodig. Hij betoogt voorts dat dit leidt tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk die in de bestaande situatie reeds hoog is.

4. De raad stelt dat parkeergelegenheid kan worden gerealiseerd op eigen terrein en dat voor het overige voldoende parkeerplaatsen voorhanden zijn in openbaar gebied. [verzoeker], die niet ter zitting is verschenen om de bestaande parkeerdruk toe te lichten, heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.

[verzoeker] heeft verder niet aangegeven waarom zijn belangen door toekenning van de aanduiding "kamerverhuur" ernstig worden geschaad.

5. Gelet op het voorgaande ziet de voorzitter aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier.

w.g. Drupsteen w.g. Priem

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 september 2014

646.