Bestuursrecht overig
Bij besluit van 19 september 2014 heeft de staatssecretaris de aanvraag van [verzoeker] om de geldigheid van…
Raad van State, 7 oktober 2015
ECLI:NL:RVS:2015:3205 · Raad van State · 7 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2015-3205
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2015 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2015
- Datum publicatie
- 14 oktober 2015
- Zaaknummer
- 201506884/2/A3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2015:3205
Samenvatting
Bij besluit van 19 september 2014 heeft de staatssecretaris de aanvraag van [verzoeker] om de geldigheid van zijn vergunning voor het in stand houden van een particuliere beveiligingsorganisatie of een recherchebureau te verlengen afgewezen.
Uitspraak
201506884/2/A3.
Datum uitspraak: 7 oktober 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 juli 2015 in zaak nr. 15/63 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.
Procesverloop
Bij besluit van 19 september 2014 heeft de staatssecretaris de aanvraag van [verzoeker] om de geldigheid van zijn vergunning voor het in stand houden van een particuliere beveiligingsorganisatie of een recherchebureau te verlengen afgewezen.
Bij besluit van 27 november 2014 heeft de staatssecretaris het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 7 juli 2015 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 24 september 2015, waar [verzoeker], in persoon, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. V. Chaudron, werkzaam bij het ministerie, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het verzoek strekt ertoe dat het besluit van 27 november 2014 wordt geschorst en dat het [verzoeker] wordt toegestaan te handelen als was aan hem de gevraagde verlenging verleend.
3. [verzoeker] betoogt dat nu hij bij arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 26 augustus 2015 in hoger beroep is vrijgesproken van de ten laste gelegde mishandeling, de staatssecretaris niet langer de gevraagde verlenging kan weigeren.
4. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris ten tijde van het nemen van het besluit op bezwaar de gevraagde verlenging in redelijkheid kunnen weigeren vanwege de veroordeling van [verzoeker] door de politierechter wegens mishandeling. Een verdere inhoudelijke beoordeling van de in hoger beroep ingenomen standpunten vergt echter naar het oordeel van de voorzieningenrechter nader onderzoek, waartoe de voorlopige voorzieningenprocedure zich minder leent. Beoordeling van deze standpunten zal derhalve in de bodemprocedure dienen plaats te vinden.
5. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.C. van Tuyll van Serooskerken, griffier.
w.g. Borman w.g. Van Tuyll van Serooskerken
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2015
290.