Bestuursrecht overig
Bij besluit van 19 mei 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Parc Patersven" vastgesteld.
Raad van State, 9 oktober 2015
ECLI:NL:RVS:2015:3211 · Raad van State · 9 oktober 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2015-3211
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2015 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2015
- Datum publicatie
- 14 oktober 2015
- Zaaknummer
- 201503801/3/R3
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2015:3211
Samenvatting
Bij besluit van 19 mei 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Parc Patersven" vastgesteld.
Uitspraak
201503801/3/R3.
Datum uitspraak: 9 oktober 2015
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van [verzoeker A] en [verzoeker B] te Geffen, gemeente Oss (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
1. [verzoeker sub 1], wonend te Wernhout, gemeente Zundert ,
2. [verzoeker sub 2], wonend te Wernhout, gemeente Zundert,
3. [verzoeker sub 3], wonend te Klein-Zundert, gemeente Zundert, en anderen,
en
de raad van de gemeente Zundert,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 19 mei 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Parc Patersven" vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] en anderen beroep ingesteld.
[verzoeker sub 2] heeft een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend.
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht de uit het verzoek van [verzoeker sub 2] voortvloeiende schorsende werking op te heffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 september 2015, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. C.W.M. van Alphen, en de raad, vertegenwoordigd door A.J.A. Nicia en drs. R.A.J.A. Scheffer, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2], vertegenwoordigd door mr. J.A.J.M. van Houtum, [verzoeker sub 3], de vereniging Vereniging van Eigenaren Parc Patersven, vertegenwoordigd door H.L.M. Damen, en [partij] en anderen, vertegenwoordigd door mr. J.M. Smits, als partij gehoord.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het verzoek strekt er toe dat een einde komt aan de van rechtswege ingetreden schorsing van het plandeel met de bestemming "Horeca" die is ontstaan door het door [verzoeker sub 2] ten aanzien van het plan ingediende verzoek om voorlopige voorziening. [verzoeker] wil op een zo kort mogelijke termijn een aanvraag kunnen indienen voor de herbouw van een horecagelegenheid die door brand is verwoest.
3. Ingevolge artikel 8.4 van de Wet ruimtelijke ordening wordt, indien gedurende de beroepstermijn met betrekking tot een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan bij de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan, de werking van het besluit opgeschort totdat op het verzoek is beslist. Bij de toewijzing van het verzoek geeft de voorzieningenrechter aan op welke onderdelen van het bestemmingsplan de voorlopige voorziening betrekking heeft.
4. Bij uitspraak van heden, in zaak nr. 201503801/2/R3, heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoeker sub 2] afgewezen voor zover dat verzoek betrekking had op de in het plan gelegen gronden met de bestemming "Horeca". Dit betekent dat de schorsende werking in zoverre is vervallen en het plan in zoverre alsnog in werking treedt. Om dezelfde reden heeft [verzoeker] geen belang meer bij het treffen van de door hem gewenste voorziening. Het verzoek daartoe zal daarom worden afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, griffier.
w.g. Van Ettekoven w.g. Matulewicz
voorzieningenrechter griffier
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2015
45.