Bestuursrecht overig

Bij tussenuitspraak van 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3488, heeft de Afdeling de raad opgedragen om…

Raad van State, 12 juli 2017

Zaakgegevens

Op 12 juli 2017 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
12 juli 2017
Datum publicatie
12 juli 2017
Zaaknummer
201600825/5/R2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2017:1843
E-mail

Samenvatting

Bij tussenuitspraak van 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3488, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in zijn besluit van 21 oktober 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Grensweg 32" te herstellen.

Uitspraak

201600825/5/R2.

Datum uitspraak: 12 juli 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te [woonplaats],

verzoeker,

en

de raad van de gemeente Baarle-Nassau,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 28 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3488, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van deze tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in zijn besluit van 21 oktober 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Grensweg 32" te herstellen.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad op 22 maart 2017 het bestemmingsplan "Grensweg 32" gewijzigd vastgesteld.

[appellant] en anderen zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de wijze waarop de gebreken zijn hersteld naar voren te brengen. Zij hebben daarvan gebruik gemaakt.

Voorts hebben [appellant] en anderen de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[appellant] en anderen, de raad en [belanghebbende A] en [belanghebbende B] hebben nadere stukken ingediend.

De voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 juni 2017, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B] en de raad, vertegenwoordigd door ing. R.G.M. Louwes, J. Klei en R.E.S.S. Vliex, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende A] als belanghebbende gehoord.

Overwegingen

1.    Bij uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2017:1824, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is er geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek te worden afgewezen. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, griffier.

w.g. Uylenburg    w.g. Matulewicz

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2017

45.