Bestuursrecht overig

Bij besluit van 2 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sluis het…

Raad van State, 2 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 2 augustus 2023 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
2 augustus 2023
Datum publicatie
28 juli 2023
Zaaknummer
202106196/2/R2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:2905
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 2 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sluis het handhavingsverzoek van [partij] afgewezen.

Uitspraak

202106196/2/R2.

Datum uitspraak: 2 augustus 2023

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-­West-­Brabant van 13 augustus 2021 in zaak nr. 21/2748, 21/485, 21/2803 en 21/369 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

het college van burgemeester en wethouders van Sluis.

Procesverloop

Bij besluit van 2 december 2019 heeft het college het handhavingsverzoek van [partij] afgewezen.

Bij besluit van 17 december 2020 heeft het college het daartegen gemaakte bezwaar van [partij] gegrond verklaard, het besluit van 2 december 2019 herroepen en een nieuw besluit genomen op het verzoek om handhaving. Het college heeft besloten om aan onder meer [verzoeker] een last onder dwangsom op te leggen om binnen drie maanden het vigerende bestemmingsplan in acht te nemen door zijn woningen op de percelen aan de [locatie 1] en [locatie 2] alleen voor wonen te gebruiken.

Bij aangevallen uitspraak van 13 augustus 2021 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 18 oktober 2022 is het college overgegaan tot invordering van een door [verzoeker] verbeurde dwangsom van € 6.000,-.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 juni 2023, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. A.J. Nieuwenhuijse, advocaat te Terneuzen, en het college, vertegenwoordigd door M.A.C. Laros, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Bij de uitspraak van vandaag in zaak nr. 202106196/1/R2 heeft de Afdeling op het hoger beroep beslist. Er is dus geen sprake meer van een geding. Daarom moet het verzoek als ongegrond worden afgewezen.

2.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. K. van Baaren, griffier.

w.g. Ten Veen

voorzieningenrechter

w.g. Van Baaren

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2023

914