Bestuursrecht overig

Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Carnisse Eiland"…

Raad van State, 29 januari 2025

Zaakgegevens

Op 29 januari 2025 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29 januari 2025
Datum publicatie
23 januari 2025
Zaaknummer
202405440/2/R3
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:237
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Carnisse Eiland" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. Verder hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Uitspraak

202405440/2/R3.

Datum uitspraak: 29 januari 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen, allen wonend in Rotterdam,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Rotterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Carnisse Eiland" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. Verder hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[verzoeker] en anderen en Ontwikkelcombinatie Carnisse Eiland (hierna: de Ontwikkelcombinatie) hebben nadere stukken ingezonden.

De Afdeling heeft de zaak behandeld op de zitting van 17 december 2024, waar [verzoeker] en anderen, van wie [verzoeker], [verzoeker A], [verzoeker B] en [verzoeker C], en de raad, vertegenwoordigd door mr. drs. M.A.C. Kooij, W.H.M. van der Zwan, J.M. Tang en E.D. Janssen, zijn verschenen. Verder is op de zitting de Ontwikkelcombinatie, vertegenwoordigd door mr. A.J.L. Claassen, advocaat in Eindhoven, vergezeld door ing. V.M. Bolsius, als partij gehoord.

Overwegingen

1.       Bij uitspraak van heden in zaak nr. 202405440/1/R3 (ECLI:NL:RVS:2025:180), heeft de Afdeling op het beroep van [verzoeker] en anderen beslist. Dat betekent dat geen sprake meer is van een geding. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

2.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.N. Witsen, griffier.

w.g. Minderhoud

voorzieningenrechter

w.g. Witsen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2025

727