Bestuursrecht overig
Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam het bestemmingsplan…
Raad van State, 15 april 2026
ECLI:NL:RVS:2026:2001 · Raad van State · 15 april 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2026-2001
Zaakgegevens
Op 15 april 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 april 2026
- Datum publicatie
- 10 april 2026
- Zaaknummer
- 202501447/2/R2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:2001
Samenvatting
Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Alphen-Chaam 2023" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Verder heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Uitspraak
202501447/2/R2.
Datum uitspraak: 15 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in Alphen, gemeente Alphen-Chaam,
verzoeker,
en
de raad van de gemeente Alphen-Chaam,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Alphen-Chaam 2023" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Verder heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[verzoeker] en de raad hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 maart 2026, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. N.E. Snel, is verschenen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag in zaak 202501447/3/R2 (ECLI:NL:RVS:2026:1899), heeft de Afdeling op het beroep van [verzoeker] beslist. Dat betekent dat geen sprake meer is van een geding. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
2. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C. van Engelen, griffier.
w.g. Kaajan
voorzieningenrechter
w.g. Van Engelen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026
842