Bestuursrecht overig

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Drachten…

Raad van State, 29 april 2026

Zaakgegevens

Op 29 april 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29 april 2026
Datum publicatie
24 april 2026
Zaaknummer
202502156/3/R3
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2358
E-mail

Samenvatting

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Drachten, De Weeme - Klokhuislaan" (het bestemmingsplan) vastgesteld.

Uitspraak

202502156/3/R3.

Datum uitspraak: 29 april 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend in Drachten, gemeente Smallingerland,

verzoeker,

en

de raad van de gemeente Smallingerland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Drachten, De Weeme - Klokhuislaan" (het bestemmingsplan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

Ook heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

WoonFriesland heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 30 december 2025, waar [verzoeker] en de raad zijn verschenen. De raad is vertegenwoordigd door mr. S.D. Stiemsma-Boscha en W. Dijkstra. Ook is op deze zitting Stichting WoonFriesland, vertegenwoordigd door mr. K. Timmer, advocaat in Groningen, als partij gehoord.

Overwegingen

1.       Bij uitspraak van vandaag, in zaak nr. 202502156/1/R3 (ECLI:NL:RVS:2026:2354), heeft de Afdeling op het beroep beslist. Dat betekent dat geen sprake meer is van een geding. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

2.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L. Brouwers, griffier.

w.g. Besselink

voorzieningenrechter

w.g. Brouwers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2026

1080