Bestuursrecht overig
Bij e-mailbericht van 6 januari 2026 heeft het college van bestuur van Tilburg University aan [verzoeker]…
Raad van State, 22 juli 2026
ECLI:NL:RVS:2026:4238 · Raad van State · 22 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rvs-2026-4238
Zaakgegevens
Op 22 juli 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 juli 2026
- Datum publicatie
- 21 juli 2026
- Zaaknummer
- 202601870/2/A2
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4238
Samenvatting
Bij e-mailbericht van 6 januari 2026 heeft het college van bestuur van Tilburg University aan [verzoeker] meegedeeld niet mee te willen werken aan het verzoek om te faciliteren dat zijn collegegeld door The United States Department of Veterans Affairs (USDVA) wordt voldaan.
Uitspraak
202601870/2/A2.
Datum uitspraak: 22 juli 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
en
het college van bestuur van Tilburg University,
verweerder.
Procesverloop
Bij e-mailbericht van 6 januari 2026 heeft het college aan [verzoeker] meegedeeld niet mee te willen werken aan het verzoek om te faciliteren dat zijn collegegeld door The United States Department of Veterans Affairs (USDVA) wordt voldaan.
Bij beslissing van 26 mei2026 heeft het college het door [verzoeker] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 15 juli 2026, waar [verzoeker], vergezeld door zijn vrouw en een vriend en het college, vertegenwoordigd door mr. G. Soijer-Pepping, M. Kempenaar, I. Repko en T. Evers zijn verschenen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202601870/1/A2 heeft de Afdeling op het beroep beslist, zodat er geen sprake meer is van een geding. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
2. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.
w.g. Daalder
voorzieningenrechter
w.g. Van Loon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026
284-1043