Bestuursrecht overig

Bij beslissing van 26 april 2026 heeft de examencommissie van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys een…

Raad van State, 12 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 12 augustus 2026 heeft de Raad van State in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Datum publicatie
11 augustus 2026
Zaaknummer
202602009/2/A2
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4687
E-mail

Samenvatting

Bij beslissing van 26 april 2026 heeft de examencommissie van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys een verzoek van [verzoeker] om een extra toetskans afgewezen. Bij beslissing van 30 juni 2026 heeft het CBE het door [verzoeker] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Uitspraak

202602009/2/A2.

Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend in [woonplaats],

verzoeker,

en

het College van beroep voor de examens Avans-Fontys Kamer JHS (CBE),

verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 26 april 2026 heeft de examencommissie van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys een verzoek van [verzoeker] om een extra toetskans afgewezen.

Bij beslissing van 30 juni 2026 heeft het CBE het door [verzoeker] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.

Tegen die beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 6 augustus 2026, waar [verzoeker], en het CBE, vertegenwoordigd door mr. R.H.J. van Stokkom en mr. J.D. Wesseling, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Bij uitspraak van vandaag in zaak nr. 202602009/1/A2, ECLI:NL:RVS:2026:4669, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Gelet op die uitspraak dient het verzoek te worden afgewezen.

2.       Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Drop

voorzieningenrechter

w.g. Van Loon

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

284-1197