Bestuursrecht overig

Bij brief van 24 maart 2015, ingekomen bij de Raad van State op dezelfde dag, heeft [verzoeker] in zaak nr…

Raad van State, 25 maart 2015

Zaakgegevens

Op 25 maart 2015 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
25 maart 2015
Datum publicatie
1 april 2015
Zaaknummer
201402951/7/R1
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RVS:2015:1003
E-mail

Samenvatting

Bij brief van 24 maart 2015, ingekomen bij de Raad van State op dezelfde dag, heeft [verzoeker] in zaak nr. 201402951/1/R1 verzocht om wraking van enige ambtenaren en de voltallige Afdeling bestuursrechtspraak.

Uitspraak

201402951/7/R1.

Datum beslissing: 25 maart 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

verzoeker,

om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.

Procesverloop

Bij brief van 24 maart 2015, ingekomen bij de Raad van State op dezelfde dag, heeft [verzoeker] in zaak nr. 201402951/1/R1 verzocht om wraking van enige ambtenaren en de voltallige Afdeling bestuursrechtspraak.

De als leden van de meervoudige kamer met de behandeling van de zaak belaste staatsraden mr. F.C.M.A. Michiels, mr. G. van der Wiel en mr. R.J.J.M. Pans (hierna: de staatsraden) hebben niet in de wraking berust.

De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 25 maart 2015 ter openbare zitting aan de orde gesteld. [verzoeker] en de staatsraden hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

Beslissing

Bij mondelinge beslissing van 25 maart 2015 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb buiten behandeling gesteld. Daartoe heeft zij het volgende overwogen.

Overweging

1. Ingevolge artikel 8:15 van de Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

 

2. Het verzoek om wraking is gericht tegen een aantal in het verzoek genoemde ambtenaren en tegen de Afdeling als zodanig. Het verzoek dient evenwel specifiek betrekking te hebben op een of meer leden van de kamer die de zaak behandelt. Er zijn geen feiten en omstandigheden aangevoerd die betrekking hebben op de staatsraden die de zaak behandelen. Gelet hierop kan het niet worden aangemerkt als een verzoek om wraking in de zin der wet en kan het om die reden niet in behandeling worden genomen.

Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.S. Bongertman, griffier.

w.g. Parkins-de Vin w.g. Bongertman

voorzitter griffier

709.