Bestuursrecht overig

Tijdens de openbare behandeling ter zitting van 27 november 2018 van de zaak nr. 201800727/1 heeft…

Raad van State, 27 november 2018

Zaakgegevens

Op 27 november 2018 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
27 november 2018
Datum publicatie
30 november 2018
Zaaknummer
201800727/2/A1
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RVS:2018:3926
E-mail

Samenvatting

Tijdens de openbare behandeling ter zitting van 27 november 2018 van de zaak nr. 201800727/1 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. H. Troostwijk (hierna: de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak.

Uitspraak

201800727/2/A1.

Datum beslissing: 27 november 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

verzoeker,

om toepassing van artikel 8:15 van de Awb.

Procesverloop

Tijdens de openbare behandeling ter zitting van 27 november 2018 van de zaak nr. 201800727/1 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. H. Troostwijk (hierna: de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak.

De staatsraad heeft niet in de wraking berust en heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.

De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 27 november 2018 ter openbare zitting behandeld, waar [verzoeker] is gehoord.

Beslissing

Bij mondelinge beslissing van 27 november 2018 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van de Awb afgewezen.

Overweging

Naar het oordeel van de wrakingskamer levert hetgeen van de zijde van [verzoeker] is aangevoerd met betrekking tot de door de staatsraad uitgeoefende nevenfuncties geen feiten of omstandigheden op die het oordeel rechtvaardigen dat daardoor de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen worden geschaad dan wel dat de objectieve vrees daarvoor gerechtvaardigd is.

Een volgend verzoek om wraking van de staatsraad in bovenvermelde zaak zal niet in behandeling worden genomen.

Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. G. van der Wiel, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Pieters

voorzitter       griffier

473.