Bestuursrecht overig
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 juli 2021, hebben [verzoeker] en anderen verzocht om wraking…
ECLI:NL:RVS:2021:2051 · Raad van State · 14 september 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/wraking/ecli-nl-rvs-2021-2051
Zaakgegevens
Op 14 september 2021 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 september 2021
- Datum publicatie
- 14 september 2021
- Zaaknummer
- 202003840/3/R1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Bestuursrecht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2021:2051
Samenvatting
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 juli 2021, hebben [verzoeker] en anderen verzocht om wraking van mr. F.C.M.A. Michiels als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202003840/1/R1.
Uitspraak
202003840/3/R1.
Datum beslissing: 14 september 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoeker] en anderen, wonend te Amstelveen,
verzoekers,
om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).
Procesverloop
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 juli 2021, hebben [verzoeker] en anderen verzocht om wraking van mr. F.C.M.A. Michiels als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202003840/1/R1.
Overwegingen
1. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Ingevolge artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges 2013 (hierna: de Wrakingsregeling) kan de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt.
3. De uitspraak in zaak nr. 202003840/1/R1 is openbaar gemaakt op 14 juli 2021. Uit artikel 8:15 van de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden gedaan voordat uitspraak is gedaan in de hoofdzaak. Nadat uitspraak is gedaan, is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. Gelet hierop en op artikel 3, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wrakingsregeling wordt het verzoek zonder een zitting te houden buiten behandeling gelaten.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
laat het verzoek buiten behandeling.
Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 september 2021
853