Bestuursrecht overig

Bij e-mail, ingekomen op 12 mei 2025, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van staatsraden mr. N. Verheij…

Raad van State, 19 mei 2025

Zaakgegevens

Op 19 mei 2025 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19 mei 2025
Datum publicatie
16 mei 2025
Zaaknummer
202305937/4/A3
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2229
E-mail

Samenvatting

Bij e-mail, ingekomen op 12 mei 2025, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van staatsraden mr. N. Verheij, mr. G.O. Veldhuizen en mr. M. den Heyer als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202305937/1/A3. Het verzoek van [verzoekster] is haar tweede verzoek om wraking van de staatsraden. Bij beslissing van 2 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2001, heeft de Afdeling haar eerste verzoek om wraking van de staatsraden afgewezen. De Afdeling stelt vast dat zowel het eerste als het tweede verzoek van [verzoekster] zijn gegrond op de gang van zaken op de zitting van 19 maart 2025. Net als in het eerste verzoek, heeft [verzoekster] aan het tweede verzoek ten grondslag gelegd dat de staatsraden haar zaak onvolledig hebben behandeld, dat zij suggestieve vragen stelden en onvoldoende kritisch waren naar de gemeente.

Uitspraak

202305937/4/A3.

Datum beslissing: 19 mei 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op het verzoek van:

[verzoekster], wonend in [woonplaats],

verzoekster,

om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

Procesverloop

Bij e-mail, ingekomen op 12 mei 2025, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van staatsraden mr. N. Verheij, mr. G.O. Veldhuizen en mr. M. den Heyer (hierna: de staatsraden) als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202305937/1/A3.

Overwegingen

1.       Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.       Ingevolge artikel 8:16, vierde lid, van de Awb wordt een volgend verzoek om wraking van dezelfde rechter niet in behandeling genomen, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.

3.       Ingevolge artikel 3, vierde lid, aanhef en onder e, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 (hierna: de Wrakingsregeling) kan de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het een volgend verzoek ten aanzien van hetzelfde lid of dezelfde leden betreft en geen feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan de verzoeker bekend zijn geworden.

4.       Het verzoek van [verzoekster] is haar tweede verzoek om wraking van de staatsraden. Bij beslissing van 2 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2001, heeft de Afdeling haar eerste verzoek om wraking van de staatsraden afgewezen.

5.       De Afdeling stelt vast dat zowel het eerste als het tweede verzoek van [verzoekster] zijn gegrond op de gang van zaken op de zitting van 19 maart 2025. Net als in het eerste verzoek, heeft [verzoekster] aan het tweede verzoek ten grondslag gelegd dat de staatsraden haar zaak onvolledig hebben behandeld, dat zij suggestieve vragen stelden en onvoldoende kritisch waren naar de gemeente. Ook betoogt zij opnieuw dat de staatsraden belangrijk bewijsmateriaal hebben genegeerd, zoals het stuk waaruit volgens [verzoekster] blijkt dat aan haar een ligplaatsvergunning is verleend. Over de gang van zaken op de zitting als grond voor wraking heeft de Afdeling al een oordeel gegeven in haar beslissing van 2 mei 2025.

6.       De Afdeling oordeelt dat [verzoekster] in haar nu aan de orde zijnde verzoek om wraking geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan haar bekend zijn geworden. Daarom laat de Afdeling op grond van artikel 8:16, vierde lid, van de Awb en artikel 3, vierde lid, aanhef en onder e, van de Wrakingsregeling dit verzoek zonder een zitting te houden, buiten behandeling.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

laat het verzoek buiten behandeling.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en mr. B.P.M. van Ravels en mr. B. Meijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. T. Toonen, griffier.

w.g. Drop

voorzitter

w.g. Toonen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2025

987