Omgevingsrecht
Bij besluit van 7 mei 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk (hierna: het…
ECLI:NL:RVS:2009:BK3611 · Raad van State · 18 november 2009
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/omgevingsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2009-bk3611
Zaakgegevens
Op 18 november 2009 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 november 2009
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 200901337/1/H1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Omgevingsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2009:BK3611
Samenvatting
Bij besluit van 7 mei 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een geitenstal op het perceel [locatie] te Winterswijk.
Uitspraak
200901337/1/H1.
Datum uitspraak: 18 november 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 12 februari 2009 in zaak nr. 08/525 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk.
1. Procesverloop
Bij besluit van 7 mei 2007 heeft het college van burgemeester en wethouders van Winterswijk (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een vrijstelling en bouwvergunning verleend voor het bouwen van een geitenstal op het perceel [locatie] te Winterswijk.
Bij besluit van 11 maart 2008 heeft het college het door [appellant] en [belanghebbende] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en de bouwvergunning in stand gelaten.
Bij uitspraak van 12 februari 2009, verzonden op 17 februari 2009, heeft de rechtbank Zutphen (hierna: de rechtbank) het door [appellant] en [belanghebbende] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 februari 2009, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[appellant] heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 oktober 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S.C.B. Tollkamp, ambtenaar in dienst van de gemeente, is verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder] als partij gehoord, vertegenwoordigd door [gemachtigde].
2. Overwegingen
2.1. [appellant] heeft in hoger beroep niet nader gemotiveerd waarom de uitspraak van de rechtbank niet in stand zou kunnen blijven. Hij heeft uitsluitend verwezen naar hetgeen hij bij de rechtbank en in bezwaar heeft aangevoerd. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.
2.2. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. R. van der Spoel en mr. J.A. Hagen, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, ambtenaar van Staat.
w.g. Slump w.g. Van Driel
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2009
414-627.