Omgevingsrecht
Bij besluit van 20 februari 2007 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte…
ECLI:NL:RVS:2011:BP2059 · Raad van State · 26 januari 2011
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/omgevingsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2011-bp2059
Zaakgegevens
Op 26 januari 2011 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 januari 2011
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 201002915/1/H1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht Omgevingsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2011:BP2059
Samenvatting
Bij besluit van 20 februari 2007 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Skeef B.V. vrijstelling en bouwvergunning eerste fase verleend voor het bouwen van een clubgebouw, steiger/terras, motorhuis en kabelskibaan op de locatie Strand van Luna te Heerhugowaard (hierna: de locatie).
Uitspraak
201002915/1/H1.
Datum uitspraak: 26 januari 2011
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te Heerhugowaard,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 4 maart 2010 in zaak nr. 08/1351 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Heerhugowaard.
1. Procesverloop
Bij besluit van 20 februari 2007 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Skeef B.V. vrijstelling en bouwvergunning eerste fase verleend voor het bouwen van een clubgebouw, steiger/terras, motorhuis en kabelskibaan op de locatie Strand van Luna te Heerhugowaard (hierna: de locatie).
Bij besluit van 6 februari 2009 heeft het college, voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar opnieuw deels gegrond verklaard en het besluit van 20 februari 2007 in gewijzigde vorm in stand gelaten.
Bij uitspraak van 4 maart 2010, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 25 maart 2010, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting gevoegd met het beroep in zaaknr. <a target="_blank" href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?verdict_id=52062">201003945/1/R1</a> behandeld op 20 december 2010, waar [appellant], bijgestaan door mr. O.H. Minjon, advocaat te Opmeer, en het college, vertegenwoordigd door S.M.C. Smit-Praat, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Skeef, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord. Na de zitting zijn de zaken gesplitst.
2. Overwegingen
2.1. De Afdeling heeft het hoger beroep en het beroep vanwege de onderlinge samenhang gevoegd behandeld.
2.2. Bij besluit van 23 maart 2010 heeft de raad van de gemeente Heerhugowaard het bestemmingsplan "Waterskibaan" ongewijzigd vastgesteld. Bij uitspraak van heden, in zaak nr. <a target="_blank" href="http://www.raadvanstate.nl/uitspraken/zoeken_in_uitspraken/zoekresultaat/?verdict_id=52062">201003945/1/R1</a>, heeft de Afdeling de tegen het vaststellingsbesluit ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Het bestemmingsplan voorziet, tezamen met het onherroepelijke bestemmingsplan "Heerhugowaard-Zuid", in het juridisch-planologische kader voor het project, waarop de in geding zijnde vrijstelling betrekking heeft en vormt tezamen met het bestemmingsplan "Heerhugowaard-Zuid" de titel voor de ruimtelijke ingreep waartegen [appellant] zich richt. Thans kan het project derhalve zonder vrijstelling worden gerealiseerd. Nu [appellant] niet heeft aangevoerd dat een van de andere weigeringsgronden van artikel 44 van de Woningwet aan realisering van het project in de weg staat en niet is gebleken van bijzondere omstandigheden op grond waarvan een belang bij een inhoudelijke beoordeling van de aangevallen uitspraak kan worden aangenomen, moet worden geoordeeld dat het procesbelang bij beoordeling daarvan is vervallen.
2.3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. J.A. Hagen en mr. F.C.M.A. Michiels, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van staat.
w.g. Troostwijk w.g. Hanrath
voorzitter ambtenaar van staat
Uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2011
392.