Omgevingsrecht
Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg geweigerd om…
Raad van State, 21 oktober 2026
ECLI:NL:RVS:2026:6204 · Raad van State · 21 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/raad-van-state/bestuursrecht/omgevingsrecht/hoger-beroep/ecli-nl-rvs-2026-6204
Zaakgegevens
Op 21 oktober 2026 heeft de Raad van State in hoger beroep uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.
- Instantie
- Raad van StateRaad van StateDe hoogste algemene bestuursrechter, onder meer voor omgevingsrecht en vreemdelingenzaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2026
- Datum publicatie
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- 202407598/1/R1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Omgevingsrecht
- Procedure
- Hoger beroepHoger beroepEen hogere rechter behandelt de zaak opnieuw, zowel de feiten als het recht, omdat een partij het niet eens is met de eerste uitspraak.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6204
Samenvatting
Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg geweigerd om aan Flying Fish B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een bedrijfswoning en kantoorruimte aan een bestaande hangar op het perceel aan de Calandweg 2C in Arnemuiden. Flying Fish B.V. is eigenaar van een hangar op het perceel. In deze hangar exploiteert Flying Fish B.V. een bedrijf, waarbij zij vliegtuigen repareert en restaureert. De hangar ligt in de directe omgeving van de start- en landingsbaan van Vliegveld Midden-Zeeland. Met de aanvraag van 18 september 2023 heeft Flying Fish B.V. verzocht om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning en kantoorruimte aan de hangar op het perceel. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Buitengebied" (bestemmingsplan). Het perceel is daarin bestemd tot "Verkeer - Luchthaven". Het college heeft bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 14 november 2023 geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Volgens het college is het bouwplan in strijd met artikel 22.1 van de regels van het bestemmingsplan.
Uitspraak
202407598/1/R1.
Datum uitspraak: 21 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
Flying Fish B.V., gevestigd in Arnemuiden, gemeente Middelburg,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 november 2024 in zaak nr. 24/4118 in het geding tussen:
Flying Fish B.V.
en
het college van burgemeester en wethouders van Middelburg.
Procesverloop
Bij besluit van 14 november 2023 heeft het college geweigerd om aan Flying Fish B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een bedrijfswoning en kantoorruimte aan een bestaande hangar op het perceel aan de Calandweg 2C in Arnemuiden (het perceel).
Bij besluit van 7 mei 2024 heeft het college het door Flying Fish B.V. daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 5 november 2024 heeft de rechtbank het door Flying Fish B.V. daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Flying Fish B.V. hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Flying Fish B.V. heeft nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 september 2026, waar Flying Fish B.V., vertegenwoordigd door mr. J.B. de Meester, advocaat in Middelburg, vergezeld van [persoon], en het college, vertegenwoordigd door N. Breen, B. Weeda en A. Kerstens, zijn verschenen.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 18 september 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
Inleiding
2. Flying Fish B.V. is eigenaar van een hangar op het perceel. In deze hangar exploiteert Flying Fish B.V. een bedrijf, waarbij zij vliegtuigen repareert en restaureert. De hangar ligt in de directe omgeving van de start- en landingsbaan van Vliegveld Midden-Zeeland. Met de aanvraag van 18 september 2023 heeft Flying Fish B.V. verzocht om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bedrijfswoning en kantoorruimte aan de hangar op het perceel.
Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Buitengebied" (bestemmingsplan). Het perceel is daarin bestemd tot "Verkeer - Luchthaven". Het college heeft bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 14 november 2023 geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Volgens het college is het bouwplan in strijd met artikel 22.1 van de regels van het bestemmingsplan. Het college is niet bereid om de omgevingsvergunning te verlenen in afwijking van het bestemmingsplan. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 5 november 2024 geoordeeld dat een bedrijfswoning op het perceel niet noodzakelijk is, waardoor het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan.
Relevante wettelijke bepalingen
3. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Niet behandelde beroepsgrond?
4. Flying Fish B.V. betoogt dat de rechtbank er ten onrechte aan voorbij is gegaan dat het college het bouwplan in strijd is met artikel 22.1 van de planregels heeft geacht.
4.1. De Afdeling overweegt dat de rechtbank in overweging 6.2. is ingegaan op de beroepsgrond van Flying Fish B.V. De rechtbank heeft geoordeeld dat Flying Fish B.V. een luchtvaartgerelateerd bedrijf is en een bedrijfswoning voor zo’n bedrijf ten dienste staat van de bestemming "Verkeer-Luchthaven". Het betoog van Flying Fish B.V. mist daarmee feitelijke grondslag.
Noodzaak bedrijfswoning
5. Flying Fish B.V. betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat een bedrijfswoning op het perceel niet noodzakelijk is. Ter onderbouwing hiervan wijst Flying Fish B.V. erop dat de rechtbank heeft miskend dat haar bedrijfsvoering en activiteiten op het perceel permanent toezicht en dus de permanente aanwezigheid van personeel vergen, en dat op grond daarvan een bedrijfswoning op het perceel noodzakelijk is.
Verder wijst Flying Fish B.V. erop dat zij op dit moment niet een voor het bedrijf en de daaraan verbonden werkzaamheden noodzakelijke verzekering kan afsluiten. Voorwaarde voor de verzekering is namelijk dat er permanent toezicht is op het bedrijfsgebouw. Dit permanente toezicht is volgens Flying Fish B.V. alleen mogelijk met een bedrijfswoning op het perceel. Ook wijst Flying Fish B.V. erop dat de directeur van Zeeland Airport B.V. positief staat tegenover een bedrijfswoning op het perceel. Ook hierom is volgens Flying Fish B.V. een bedrijfswoning op het perceel noodzakelijk.
5.1. Het bestemmingsplan staat op gronden met de bestemming "Verkeer - Luchthaven", gelet op de artikelen 22.1 en 22.2.1, aanhef en onder b, van de planregels en de aanduiding op de verbeelding, ten hoogste twee bedrijfswoningen toe. Op grond van de definitie in artikel 1.15 van de planregels is een bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein. Vast staat dat op de gronden met de bestemming "Verkeer - Luchthaven" ten tijde van de besluiten van het college nog geen bedrijfswoningen aanwezig waren.
Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 27 oktober 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2387), is voor het antwoord op de vraag naar de noodzaak van een bedrijfswoning van belang of de bedrijfsprocessen ter plaatse zoveel tijd en aandacht opeisen, dat op grond daarvan een redelijk belang om op het perceel te wonen aanwezig moet worden geacht. Het is aan de aanvrager om aannemelijk te maken dat dat belang bestaat.
5.2. De rechtbank heeft naar het oordeel van de Afdeling terecht overwogen dat voor het bedrijfsproces van Flying Fish B.V. niet vereist is dat een persoon permanent op locatie aanwezig is om toezicht te houden op dat proces. Op de zitting heeft Flying Fish B.V. een toelichting gegeven op haar bedrijfsactiviteiten. Ook buiten de openingstijden van het vliegveld verricht zij reparaties aan vliegtuigen. Bepaalde onderdelen van de wat oudere type vliegtuigen zijn lastig te verkrijgen en Flying Fish B.V. maakt deze onderdelen zelf. Het maken van zulke onderdelen is een kwetsbaar proces dat soms 24 uur kan duren en tussentijdse handelingen vereist, zo stelt Flying Fish B.V.
Flying Fish B.V. heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar bedrijfsproces vergt dat er structureel in de avond- en nachturen gewerkt moet worden en dat de bedrijfsprocessen ter plaatse daarom zoveel tijd en aandacht opeisen, dat op grond daarvan een redelijk belang om op het perceel te wonen aanwezig moet worden geacht. Dat het bedrijfsproces van Flying Fish B.V. vergt dat er momenten zijn waarin gewerkt moet worden in avond- en nachturen en dat het maken van bepaalde onderdelen een kwetsbaar proces is dat soms 24 uur kan duren, betekent niet dat er structureel in de avond- en nachturen gewerkt moet worden.
De omstandigheden dat Flying Fish B.V. op dit moment voor het bedrijf en haar werkzaamheden niet de daartoe noodzakelijke verzekering zou kunnen afsluiten en dat de directeur van Zeeland Airport B.V. positief zou staan tegenover een bedrijfswoning op het perceel, zijn geen omstandigheden waaruit de noodzaak van een bedrijfswoning voortvloeit.
Gelet op wat Flying Fish B.V. heeft aangevoerd, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college een bedrijfswoning op het perceel niet noodzakelijk heeft hoeven achten, waardoor het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
6. Het hoger beroep is ongegrond.
Proceskosten
7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, griffier.
w.g. Gundelach
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Heusden
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026
163-1188
BIJLAGE
Bestemmingsplan "Buitengebied"
Artikel 1.15 Bedrijfs- of dienstwoning
Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein.
Artikel 22.1 Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer - Luchthaven aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. luchtvaartverkeer en -vervoer;
b. luchtvaartgerelateerde bedrijven, waaronder horeca tot maximaal categorie 1b van de staat van horeca-activiteiten, zoals opgenomen in bijlage 6;
[…].
Artikel 22.2.1 Bouwregels voor bouwvlakken
Voor het bouwen gelden de volgende regels:
[…];
b. Het aantal bedrijfswoningen bedraagt ten hoogste het aantal, zoals is aangegeven in de aanduiding;
[…].