Vreemdelingenrecht

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, heeft beroep ingesteld tegen het…

Raad van State, 19 november 2019

Zaakgegevens

Op 19 november 2019 heeft de Raad van State in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Raad van State
Zittingsplaats
's-Gravenhage
Datum uitspraak
19 november 2019
Datum publicatie
19 november 2019
Zaaknummer
201907225/1/V1
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RVS:2019:3887
E-mail

Samenvatting

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 20 maart 2019 in zaak nr. 18/3997.

Uitspraak

201907225/1/V1.

Datum uitspraak: 19 november 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

[de vreemdeling],

appellant,

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W.G. Fischer, advocaat te Haarlem, heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit door de staatssecretaris naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 20 maart 2019 in zaak nr. 18/3997.

De vreemdeling heeft een nader stuk ingediend.

Overwegingen

1.    De vreemdeling heeft de Afdeling verzocht de staatssecretaris onder last van een dwangsom op te dragen om een nieuw besluit te nemen.

2.    Bij uitspraak van 8 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3365, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van de staatssecretaris tegen de uitspraak van de rechtbank van 20 maart 2019. Daarbij is het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, voor zover zij het besluit van 11 mei 2018 heeft vernietigd voor zover de staatssecretaris geweigerd heeft de vreemdeling beschermd wonen te verlenen en de staatssecretaris heeft opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, en het door de vreemdeling tegen dat besluit ingestelde beroep in zoverre ongegrond verklaard.

3.    Na de uitspraak van 8 oktober 2019 hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit meer te nemen. Desgevraagd heeft de vreemdeling niet aan kunnen geven welk belang hij nog heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Het beroep moet dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Verbeek

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 november 2019

574.